Mark Van de Voorde : ‘Eerste encycliek Leo XIV: nieuwe maatschappelijke uitdagingen vragen nieuwe morele antwoorden’

Op Pinkstermaandag verschijnt de encycliek Magnifica Humanitas (Schitterende Mensheid) van paus Leo XIV. Het was te verwachten dat de eerste ‘rondzendbrief’ van de huidige paus zou gaan over het sociale vraagstuk. Met zijn keuze van Leo als pausnaam had Robert Prevost zich uitdrukkelijk geplaatst in de lijn van paus Leo XIII die in 1891 met Rerum Novarum de allereerste sociale encycliek de wereld had ingestuurd.

Rerum Novarum was de start van de moderne katholieke Sociale Leer waaraan Leo XIV nu een nieuw hoofdstuk schrijft. De Sociale Leer is immers nooit af. Nieuwe maatschappelijke uitdagingen vragen nieuwe morele antwoorden. Terecht focust paus Leo XIV in Magnifica Humanitas op Artificiële Intelligentie (AI) als dé maatschappelijke uitdaging die onder de loep van de sociale moraal moet worden gelegd. Het gevaar van AI is dat er een scheiding ontstaat tussen mens en machine, arbeid en geest, handelen en denken.

135 jaar geleden nam Leo XIII in Rerum Novarum stelling tegenover de uitwassen van het ongebreidelde kapitalisme. De negentiende-eeuwse industrialisatie ging gepaard met een ongekende uitbuiting van de arbeidersklasse. Door de scheiding van kapitaal en arbeid konden de ondernemers (die voor kapitaal zorgden) hun medewerkers (die arbeid leverden) beschouwen als louter middelen in het productieproces.

Volgens de economische logica vragen de maximalisatie van de winst en de concurrentiepositie erom de productiemiddelen zo goedkoop mogelijk in te zetten. Dat geschiedde in de negentiende eeuw dan ook met de arbeiders: ze kregen een hongerloon. Dat veroorzaakte onder de bevolking een massale verarming met verstrekkende materiële, fysieke, intellectuele en morele gevolgen. Kortom, de menswaardigheid werd genegeerd en gekrenkt.

We zijn 135 jaar later. De uitbuiting van toen is verleden tijd (althans bij ons), maar de scheiding van kapitaal en arbeid is inmiddels geglobaliseerd: de wereldwijde investeringsmaatschappijen produceren helemaal niets, zo zoeken enkel winst. Gevolg: ook nu wordt de menswaardigheid bedreigd, want de (wereld)economie dreigt beheerst te worden door wat Rerum Novarum al noemde “de harteloosheid van rijke ondernemers en de ongebreidelde hebzucht van hun concurrenten” (RN,2).

Voor die harteloosheid en die hebzucht kan Artificiële Intelligentie een welgekomen instrument zijn. Niet alleen omdat AI arbeiders kan uitsparen, maar vooral omdat AI arbeiders opnieuw dreigt te reduceren tot ‘geesteloze’ productiemiddelen die het denken beter overlaten aan de computer en louter uitvoeren wat die vraagt.

Op zich is AI een schitterende nieuwe technologie die ons kan helpen door lastige opdrachten en vermoeiende taken van ons over te nemen. Het is meegenomen dat we vaardigheden kunnen uitbesteden aan een machine die sneller dan ons data kan verzamelen en verwerken. AI kan een ondersteuning zijn van de menselijke intelligentie.

Maar als de industrie AI niet alleen wil inzetten als middel ter beschikking van de mens, maar ook van de werknemer een middel van AI zou maken, pleegt het kapitaal opnieuw een aanslag op de menswaardigheid. Het bedrijfsleven ontneemt dan aan haar werknemers een fundamentele eigenschap van onze menselijkheid, de behoefte om na te denken die inherent is aan de vrije wil die van de mens een persoon maakt.

Als door het inzetten van AI het denken van de mens wordt uitgeschakeld, wordt ten andere ook de bedachtzaamheid van de morele reflectie uitgeschakeld en de noodzakelijke waakzaamheid van het ethische oordeelsvermogen. Dit gevaar is niet denkbeeldig gezien de transhumane dromen van bepaalde techbazen.

Het respect voor de menselijke waardigheid is het kernprobleem van Artificiële Intelligentie. Die op zich neutrale technologie kan een bedreiging zijn voor onze waardigheid. Allereerst als ze in de plaats van de mens én over de mens zou beslissen. Vervolgens kan Artificiële Intelligentie in haar toepassing uitgaan van een reductionistische visie op de mens.

De algoritmes herleiden de menselijke reactie op informatie tot een respons op de data uit vorige keuzes. Daarmee lijkt de mens gereduceerd te worden tot een geheel van gegevens in een digitale fichebak. Dat is een ontkenning  van de vele vormen van onze intelligentie: rationele, emotionele, relationele en creatieve…

Ook het algemeen welzijn kan op het spel staan. AI laat traders toe om met milliseconden beurskoersen te manipuleren. De waarde van bedrijven wordt niet langer bepaald door productie en handel maar door aandelen en koersen. Niet productiemaatschappijen maar holdingmaatschappijen hebben de sleutels in handen. Dat werkt marktverstorend.

Het leidt ook tot een minachting  voor mensen die goederen maken en diensten leveren. Dat is bedreigend voor de erkenning van ieders bijdrage in de opbouw van de samenleving en ondermijnend voor de solidariteit tussen de economische en sociale geledingen.

Ten slotte is Artificiële Intelligentie een uitdaging voor het subsidiariteitprincipe dat zegt dat bij de organisatie van de samenleving beslissingen niet mogen worden genomen op een hoger niveau, als een lager niveau daarvoor is geschikt. Op alle gebieden moet de mens het meest geschikte niveau blijven en mag het zogenaamde ‘hogere’ niveau van de slimmere robot niet in zijn plaats komen.

De Sociale Leer van de Kerk biedt dus vier criteria om het sociale vraagstuk van Artificiële Intelligentie te beoordelen: de menselijke waardigheid, het algemeen welzijn, de solidariteit en de subsidiariteit. Als de toepassing van Artificiële Intelligentie aan die criteria beantwoordt, hebben we niets te vrezen. Magnifica Humanitas, de eerste encycliek van paus Leo XIV, verschijnt net op tijd.

Bron: https://www.knack.be/nieuws/belgie/maatschappij/eerste-encycliek-leo-xiv-nieuwe-maatschappelijke-uitdagingen-vragen-nieuwe-morele-antwoorden/

Laat een reactie achter