Wiebe Koopal: ‘Waarom ik dit keer niet kan aanhaken bij het fameuze ‘WK-gevoel’’
Als modale voetbalfan merk ik dat ik voor het eerst in mijn leven absoluut níét bezig ben met het WK, dat dezer dagen in de VS, Mexico en Canada plaatsvindt. Het kost me niet enkel moeite om een wedstrijd mee te pikken, ik heb er überhaupt geen interesse voor, alsof het er op dit moment in de wereldgeschiedenis gewoon niet toedoet.
Mijn ‘geloof’ in het hele idee van een WK wankelt, alle via het radionieuws vernomen doelpunten van Messi, Mbappé en Haaland ten spijt. Tegen de achtergrond van alle tragedies die zich op het wereldtoneel voltrekken, lijkt het plezier en de verbinding die het belooft me meer dan ooit een cynische farce.
Voor de duidelijkheid: dit gevoel verontrust me. Het gaat hier namelijk niet om het Internationaal Strafhof of de Verenigde Naties, instanties met een uitgesproken politiek karakter. Het gaat om een evenement dat vaak expliciet zegt apolitiek te zijn, omdat het vooral brede lagen van de wereldbevolking met elkaar wil verbinden rond zaken aan gene zijde van politieke breuklijnen en allianties.
En ofschoon politiek bij zo’n gehypet event natuurlijk nooit echt ver weg is, weet het WK voetbal toch al bijna een eeuw mensen van allerlei rang en stand en uit alle uithoeken van de wereld samen te brengen rond de zinderende spanning en energie van voetbalwedstrijden, waarin grote en kleine voetbalhelden zich proberen te onderscheiden. Alles is misschien politiek, maar politiek is ook niet alles…
Wat is er dan veranderd? Waarom kan ik dit keer niet aanhaken bij dat fameuze ‘WK-gevoel’? Is de schone schijn van eenheid en verbinding uitgewerkt?
Een antwoord op deze vragen kwam uit onverwachte hoek, toen ik afgelopen weekend in de Ancienne Belgique de laatste voorstelling bijwoonde van de veelgeprezen productie One Song van Miet Warlop en NTGent. Een interessante timing. Net als een WK is de voorstelling opzichtig geframed als een sportevent, maar in de kern draait het om de krampachtige, haast wanhopige poging om eenheid te bewaren terwijl alles om je heen instort.
In One Song proberen acteurs op de toppen van hun fysieke kunnen letterlijk één lied draaiende te houden. Tempo en volume stijgen, het zweet gutst, het dansen van de fans en hun cheerleader wordt alsmaar uitzinniger. Maar de harmonie brokkelt onvermijdelijk af. Uitputting, individuele grillen en natuurlijke calamiteiten saboteren het spektakel.
Ondanks verwoede pogingen om nieuwe energie in de show te pompen, ontrafelt deze zich geleidelijk tot een chaos. De afgematte acteurs, zowel de helden in de arena als de fans op de tribune, zijgen één voor één ter aarde. De opgefokte eenheid faalt, de zaal wordt in rouwvolle stilte gedompeld.
Maar dan gebeurt er iets cruciaals: de toeschouwers vóór de bühne rouwen niet om die mislukking. Integendeel! Het publiek juicht uitzinnig om het spektakel van de ineenstorting, om de kwetsbare, rauwe menselijkheid van die verwoede poging, de hoop die er misschien zelfs uit spreekt. “Shifting shape, turning sweet, grief becomes a grape”, zo zong het lied reeds.
De voorstelling One Song zette mijn apathie over het WK in een nieuw licht. Wat is nu werkelijk de eenheid die dit evenement belooft? Eén die van bovenaf met alle geld en geweld wordt afgedwongen. Want ja, the show must go on, ongeacht welke tragedies zich buiten het stadion voltrekken?
Of één die van onderuit ontstaat wanneer mensen precies die krachten die zo’n fictieve, wereldvreemde eenheid doorbreken – rouw, woede, verontwaardiging, schaamte – aanwenden om zich te verbinden en te juichen voor een andere, betere wereld? Een waarlijk gedeelde wereld waarin landen als Iran en de VS elkaar met volle goesting als teams in een arena kunnen bekampen, aangemoedigd door een lied dat zich telkens opnieuw op gang moet trekken om te kunnen blijven zingen.
Dat het makkelijk beide kanten kan opgaan, werd al pijnlijk duidelijk. Nadat het Iraanse team, de volgende tegenstander van de Rode Duivels, eerst nog in ware vredessfeer op Amerikaanse bodem zijn eerste groepswedstrijd afwerkte, werd het nadien welhaast ‘ICE-gewijs’ naar Mexico gedeporteerd, tegen eerder gemaakte afspraken in.
Als de FIFA hier, zoals te verwachten valt, niet op zal reageren, hoop ik toch dat de ambiguïteit van zulke taferelen niet aan ons voorbijgaat. Dat het WK zo voor iedereen ook een kans is om stil te staan bij wat er allemaal gaande is op het wereldtoneel, en daar vooral iets aan te dóén, met dezelfde tomeloze energie die we zo graag op en rond dat potsierlijke voetbalveldje aan het werk zien. Zodat er ook over vier jaar nog een wereld bestaat om zo’n kampioenschap voor te organiseren.
Bron: https://www.demorgen.be/meningen/waarom-ik-dit-keer-niet-kan-aanhaken-bij-het-fameuze-wk-gevoel~b9f2def9/
