‘Bultrug Timmy kennen we (maar vraag niet hoeveel mensen er deze week het Kanaal probeerden over te steken)’

Mogelijk in de war gebracht door de radarsignalen van een duikboot op manoeuvres zwom een bultrugwalvis begin maart, het smalle Kattegat door en de ondiepe Oostzee in. De reden dat bultruggen hier normaal gezien weg blijven, is dat er voor de Baltische kust eigenlijk te weinig ruimte is voor dergelijke grote zeezoogdieren. Bovendien is het water er ook nog eens vergeven van zandbanken waarop een walvis ter grootte van een dubbeldekker uiteraard onmiddellijk vast zou lopen.

Dit is dan ook wat de verwarde bultrug nagenoeg meteen overkwam. Na eerst al een aantal keer uit vissersnetten bevrijd te zijn, strandde de, ondertussen ‘Timmy’ gedoopte, walvis op 23 maart voor de eerste keer op een zandbank in de Wismarer Bocht. Het is in de buurt van het eiland Poel, niet ver van het mondaine Sylt dat een paar jaar geleden het wereldnieuws haalde toen zichtbaar rijke jongeren er de wereld verrijkten met het lied Ausländer Raus op de tonen van Gigi d’Agostinos L’Amour Toujours.

Sindsdien is Timmy zelf ook wereldnieuws: na uit zijn eerste benarde situatie vrijgebaggerd te zijn, wist hij zich ondertussen nog bijna een half dozijn keren in een soortgelijk parket te werken. De overheid van de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, milieuorganisaties allerhande en privé-donoren hebben sindsdien kosten noch moeite gespaard om hem te redden. De plannen om het dier de Atlantische Oceaan in te takelen, oogden steeds omvangrijker, met luchtmatrassen en mega-aquariums. En wie even geen zin meer heeft om alles via een livestream te volgen, kan in de Duitse media intussen het debat beginnen volgen of het niet dierlievender zou zijn om het sterk verwakte dier euthanasie aan te bieden.

Mocht Timmy echt terug tot in volle zee geraken en trouw blijven aan zijn voorkeur voor zee-engtes, dan kiest hij vervolgens misschien wel voor een passage door het Nauw van Calais.

Ver van alle media-aandacht staken deze week tot nu toe een 700-tal mensen het Kanaal over in veelal gammele rubberen bootjes, die ook al niet veel beter zijn dan een luchtmatras. Ook zij hebben er vaak al een hele odyssee met de nodige zandbanken en netelige situaties opzitten, maar hun namen halen de krantenkoppen al geruime tijd niet meer.

Ik ben hier eigenlijk niet helemaal eerlijk: bij aankomst in Engeland wacht hen wel degelijk een bepaald soort mediatieke roem. Ze maken namelijk deel uit van de small boats arrivalswaarvan de aantallen regelmatig in media en het Britse parlement besproken worden.

Iedereen is het eens dat cijfer dringend omlaag moet, ook al zijn meerdere opeenvolgende regeringen er niet echt in geslaagd om dit ook daadwerkelijk te bereiken of een beleid te formuleren dat hiertoe zou kunnen leiden. De huidige regering van Keir Starmer beloofde Frankrijk recent nog een slordige 766 miljoen om de eigen kust te surveilleren met drones en waar nodig wat rubberboten lek te prikken. Een vorige conservatieve staatssecretaris beval om muurschilderingen voor kinderen uit asielcentra te verwijderen om er zeker van te zijn dat die niet té aantrekkelijk zouden zijn.

Waarom kent iedereen aan de koffiemachine op het werk de naam ‘Timmy’ en is de kans groot dat als u uw collega straks vraagt hoeveel mensen er deze week het kanaal overstaken hij of zij er met een grootteorde van 10 of meer naast zit?

Timmy is trouwens zeker niet het eerste dier dat op dergelijke naambekendheid kan bogen. De lotgevallen van de gorilla Harambe, het baby-olifantje Kai-Mook, en het migranten-katje Lee zullen veel lezers ook nog wel vertrouwd zijn, terwijl wie zich de naam Aylan Kurdi nog herinnert waarschijnlijk een aanwinst is voor elke quizploeg.

Ergens schuilt er in dergelijke publieke sentimentaliteit rond het lot van dieren iets heel begrijpelijks: dieren bieden ons een schouwspel van een leven dat volslagen onschuldig lijkt. Ze laten ons toe om de positieve eigenschappen die we in mensen vinden op hen te projecteren zonder de ambiguïteit van de negatievere eigenschappen die we ook wel eens in onze naasten aantreffen. ‘Domme, domme hond’, zeggen we en aaien ons huisdier liefhebbend door de haren.

Hier is niets mis mee, maar het wordt wrang wanneer, zoals bij de val van Kaboel in 2021, een organisatie bijvoorbeeld besluit om de dieren uit een asiel te evacueren terwijl haar medewerkers met lege handen achterblijven op het tarmac van een chaotische luchthaven.

Bassesse de l’homme jusqu’à se soumettre aux bêtes, jusques à les adorer, verzuchtte de Franse wiskundige en filosoof Blaise Pascal pessimistisch in de 17de eeuw. De mens is zo laag gevallen dat hij zichzelf aan de dieren onderwerpt en ze zelfs nog zou gaan aanbidden. Maar wat Pascal hier eigenlijk ook mee wil zeggen is dat het probleem niet is dat we dieren te hoog aanslaan, maar dat we moeten uitkijken dat we de mens en zijn waardigheid niet veel te laag aanslaan.

Laat een reactie achter