Jan Goossens: ‘Deze ebola-uitbraak is meer dan enkel een medische crisis’

Om media-aandacht te genereren moet Congo eerst weer een bedreigende epidemie over zich heen krijgen. De WHO, AZG, specialisten van het Tropisch Instituut van Antwerpen en tig andere instanties en organisaties lijken momenteel achter de feiten aan te hollen om een verdere verspreiding van de Bundibugyo-variant van het ebolavirus te stoppen.

Een vaccin of medicatie is er vooralsnog niet, maar laat hopelijk niet lang meer op zich wachten.

Maar er is natuurlijk meer aan de hand. Deze uitbraak is, om in medische termen te blijven, een schrijnend symptoom van een gezondheidssysteem dat al decennia onder druk staat door conflicten, chronische onderfinanciering en slecht bestuur.

Congo is voor wat betreft de bestrijding van ebola niet aan zijn proefstuk toe en toch kon het virus weken vrij beginnen circuleren vooraleer de alarmbellen afgingen.

Dat heeft veel te maken met de gebrekkige organisatie van de nationale gezondheidszorg; de eerste patiënt overleed reeds eind april, maar vertraagde testen, transportproblemen en hoekige gegevensuitwisseling staken stokken in de wielen van een accurate opsporing. En tegen die tijd waren er al vele mensen besmet en namen ze het virus ook mee over de grens.

Voeg daarbij nog het chronische tekort aan middelen en het laat zich raden dat het vechten tegen de bierkaai is voor de lokale gezondheidswerkers.

Deze zoveelste crisis wordt versterkt door een zwak en onvoldoende veerkrachtig gezondheidssysteem; lessen uit vorige crisissen worden onthouden tot het uitdoven van die crisis en er wordt dus amper of niet geïnvesteerd in duurzame lokale capaciteit.

De Belgische vertegenwoordiger van AZG in Kinshasa (goed 2.000 kilometer ver weg van Ituri) liet zich op Radio 1 toch enigszins gefrustreerd ontvallen dat hun inspanningen botsen op desinteresse en administratieve logheid van het Congolese overheidsapparaat, daar waar snelheid en logistieke medewerking net absolute prioriteit zouden moeten krijgen.

Ook het financiële luik is problematisch. Zeker, de wereldwijde besparingen op ontwikkelingshulp (denken we maar aan de hakbijl die gezet werd in het USAID-budget) en de afbouw van de budgetten van internationale gezondheidsorganisaties beperken de beschikbare middelen, maar je kunt daarmee de Congolese overheid niet vrijpleiten van haar verantwoordelijkheid.

Voor de huidige crisis zullen er zonder twijfel grote budgetten rechtstreeks besteed worden en ten goede komen aan het indijken ervan. Voor fondsen die vrijgemaakt zullen worden ná deze uitbraak en die als doel hebben een volgende crisis te beperken of te vermijden, laat een gerichte besteding zich wellicht raden, zo leert het verleden.

Ook zorgwekkend is de lokale veiligheidscontext. In de provincie Ituri, waar de uitbraak gestart is, maar evengoed in Noord- en Zuid-Kivu zijn tientallen milities en rebellengroepen actief. Alleen al voor Oost-Congo wordt het aantal interne vluchtelingen op 5 miljoen geschat.

Naast de totaal verpauperde bevolking vormen ook de vluchtelingen die in erg precaire toestand moeten (over)leven de ‘ideale’ omstandigheden voor een ongecontroleerde verspreiding van het ebolavirus. Quasi onbestaande infrastructuur, onveiligheid en politieke spanningen bemoeilijken de toegang tot medische hulp.

Niet onbelangrijk is te verwijzen naar het conflict tussen de Congolese overheid en rebellengroepering M23, waardoor deze situatie gepolitiseerd dreigt te worden en het een gecoördineerde aanpak ondermijnt.

Tot slot en geenszins onbelangrijk is er het diepe wantrouwen van de lokale bevolking tegenover de georganiseerde hulp. Voeg daarbij het recht dat de mensen zich voorbehouden om hun culturele tradities in ere te houden. Voor lokale en internationale gezondheidswerkers maakt het hun werk niet makkelijker en blijft het voortdurend over de schouders kijken om met alle mogelijke middelen deze zoveelste crisis te bezweren.

Laten we dus wel wezen, deze ebolacrisis is niet enkel een medische crisis, maar bovenal en meer nog, een symptoom van een amalgaam aan bredere en structurele problemen: een breekbaar gezondheidssysteem met een gebrek aan continue versterking, onvoldoende financiering, een vleugellam bestuur en conflict en onveiligheid.

Zonder deze onderliggende problemen aan te pakken blijft het dweilen met de kraan open… en wachten op de volgende crisis. De Congolezen verdienen beter.

Bron: https://www.demorgen.be/meningen/deze-ebola-uitbraak-is-meer-dan-enkel-een-medische-crisis~ba107943/

Laat een reactie achter