Ilse Geerinck: ‘Leren bij kleuters? We zijn ons lichaam, en niet alleen hoofd’
De resultaten van de International Early Learning and Child Well-being Study (IELS) zijn recent bekendgemaakt. Dit internationaal vergelijkend onderzoek peilt bij vijfjarigen naar vroege geletterdheid, gecijferdheid, zelfregulatie en sociaal-emotionele vaardigheden zoals empathie en vertrouwen. Het Vlaamse onderwijs scoort sterk op executieve en emotionele basisvaardigheden, maar voor taalvaardigheid en beginnende wiskunde scoren ze onder het internationaal gemiddelde. Deze metingen vormen de aanleiding voor de Vlaamse regering om sterker in te zetten op “kwaliteitsvol kleuteronderwijs” waarbij de nadruk sterk ligt op kennisverwerving en cognitieve ontwikkeling.
Opvallend is hoe “leren” vandaag steeds vaker uitsluitend als een cognitief proces wordt voorgesteld. Wie online zoekt naar “leren”, krijgt beelden van hoofden met hersenen, tandwielen, een netwerk van draden dat de neurologische verbindingen voorstelt. Het hedendaagse onderwijsdiscours lijkt leren te reduceren tot een inspanning van onze cognitie of het brein. Internationale metingen versterken die visie, en onze cognitie als de “verwerker van kennis” krijgt bijna een mythische status. Nochtans weten we uit pedagogisch en onderwijskundig onderzoek en de eigen onderwijspraktijken dat leren veel meer omvat dan cognitieve kennis.
Sinds het waarnemingsonderwijs in de jaren dertig opkwam als alternatief voor louter verbalistisch-formalistisch onderwijs, weten we hoe belangrijk het lichaam en waarneming is in het kennismaken met de wereld. Waarnemen betekent kijken, het is een sensationele ervaring. Kleuters leren kijken, onderzoeken en onderscheiden. Wanneer een klas zich verzamelt rond bloemen, leren kleuters observeren, tekenen en benoemen: dit is een blad, dit is een bloem, dit is een stengel, dit is een wortel. Net als de bloemen, wordt ook het lichaam, en de verschillende delen van het lichaam, leerstof. Op die manier ontwikkelen ze aandacht voor de wereld. Zodra die verwondering gewekt is, volgt leren vaak vanzelf. Misschien gaat het zelfs minder om hoeveel kennis wordt aangeboden, maar om de diepgang van de ervaring en de studie. Leren is een oefening in kijken, en kijken is bestuderen, en door deze studie verschijnt steeds meer wereld.
Bij kleuters verloopt leren via het hele lichaam. Het lichaam is één en al potentie: een vermogen om indrukken op te doen en de wereld te ontdekken. Leren ontstaat vanuit indrukken, waarnemingen en zintuiglijke ervaringen. Kleuters nemen waar met hun hele lichaam, zintuigen hebben de vorm van een oorschelp, een oogbol, een neus, een tong, een stukje huid. En dan zijn er nog onze handen en voeten, ons hart, allemaal tuigen om kennis op te nemen. In zijn boek Mes profs de gym m’ont appris à penser stelt de Franse pedagoog Michel Serres dat het lichaam kent nog voor het hoofd weet. En hij voegt eraan toe dat diepgaande kennis, verworven wordt door en met het hele lichaam. Zo speelt een pianist of een voetballer met het hele lichaam. Muziek beklijft – letterlijk: zit in het lijf – onze voeten spelen het ritme, het lichaam wiegt op het ritme. Mochten alle prikkels eerst langs het brein gaan dan lopen de handen en voeten achter. We zijn ons lichaam, niet alleen ons brein.
In de kleuterschool leren kleuters – letterlijk – hun lichamelijk tot elkaar te verhouden. Ze oefenen hoe ze samen een kring vormen, samen in een bouwhoek spelen of met een schaar omgaan. Bouwen en knippen vragen lichamelijke coördinatie en concentratie. Waar zet ik mijn benen terwijl ik met mijn handen die toren bouw, en hoe krijg ik mijn lichaam mee bewogen als ik aan het knippen ben. Conflicten zijn geen storend gedrag, ze ontstaan vaak uit botsingen tussen lichamen, omdat jonge kinderen hun plaats in de ruimte nog leren inschatten.
Waarnemingsonderwijs gaat bovendien over het besef deel uit te maken van een groter geheel: ik en de ander, ik en de natuur, ik en de wereld. Hoe meer wereld in het viseer komt, hoe nederiger het ik. Zo klonk het bij de astronauten van Artemis II. In essentie draait de kleuterschool om aandacht. Het woord aandacht verwijst naar stilstaan, wachten en kijken. Dat staat haaks op een samenleving waarin kinderen steeds vaker als consumenten worden benaderd, en ‘aandacht’ vaak gestuurd wordt door algoritmes en dopamine die ‘snelle bevrediging’ in de hand werken. Leraren voelen de druk om voortdurend tegemoet te komen aan individuele behoeften en noden. De school zou echter net een plek moeten zijn waar weerstand wordt geboden aan die consumptielogica en schermcultuur. Aandacht wekken, niet op dopamines maar op waarneming. Traagheid in plaats van versnellen.
Een kleuterschool komt tegemoet aan de fundamentele menselijke behoeften zoals tekenen, bewegen, bouwen, tellen, ruilen, plakken, dansen, meten, ontdekken, denken, knippen, sorteren, prikken. Spelenderwijs leren kleuters zich lichamelijk te vormen in deze basisvaardigheden. Zintuigen zijn immers werktuigen die zin geven, ervaringen van vreugde en verbondenheid. Dat is de essentie van de kleuterschool.
Enige voorzichtigheid is dan ook geboden bij de resultaten van IEL-studie die wordt ontwikkeld door de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Deze organisatie koppelt onderwijs sterk aan economische groei en de kenniseconomie. Vanuit die logica worden cognitieve prestaties en meetbare kennis centraal geplaatst. De OESO is immers uitgegroeid tot een invloedrijk datacentrum dat via internationale testen over tal van landen economisch relevante kennis in kaart brengt en zo de economische welvaart denkt te kunnen monitoren. Cognitieve kennis is kwantitatief meetbaar, en wordt zo verheven tot dé maatstaf voor kwaliteit. Een kritische noot is echter nodig bij de conclusie dat ons kleuteronderwijs in dalende lijn gaat en dus ‘kwaliteitsvoller’ moet worden. Achter ‘kwaliteit’ schuilt vandaag immers de visie dat onderwijs cognitieve leerprestaties, die digitaal kunnen gemeten worden, dient te beogen, en zo ten dienste moet staan van economische productiviteit.
Willen we in ons onderwijs nog uitgaan van een humanistische visie op mens en samenleving, dan is er dringend nood aan ander en diverse vormen van wetenschappelijk onderzoek om ‘kwaliteit’, afkomstig van het Griekse qualitas dat verwijst naar een manier van zijn, een basisvorming of human condition, in kaart te brengen.
Mieke Clement, opleidingshoofd Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs (Hogeschool Kdg)
Chris Mazarese, opleidingshoofd Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs (Hogeschool UCLL)
Greet Decin, programmadirecteur Lerarenopleiding (Hogeschool UCLL)
Selena Manganiello, lector Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs (Hogeschool Kdg)
Suzanne Spillebeen, lector Educatieve Bachelor in het Kleuteronderwijs (Hogeschool Kdg)
Saar Bevernage, lector Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs en onderzoeker Onderzoekscentrum Toekomstgedreven Onderwijs (Hogeschool Kdg)
Leen Vosters, kleuterjuf Basisschool ‘De Verrekijker’
Ilse Geerinck, lector Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs (avondonderwijs) en onderzoeker Art of Teaching (Hogeschool UCLL).
Jo van den Hauwe, opleidingshoofd Educatieve Bachelor kleuter- en lager onderwijs (AP Hogeschool).
Els Mertens, opleidingshoofd Educatieve Bachelor kleuter- en lager onderwijs (Odisee Hogeschool).
Hajjar Ben Sliman-Ghomari, lector Educatieve Bachelor in het kleuter- en lager onderwijs (AP Hogeschool)
Suzanne Spillebeen, lector Educatieve Bachelor in het kleuter- en lager onderwijs (AP Hogeschool)
Bron: Knack
