Herman Wouters: ‘België heeft de meest liberale abortuswetgeving ter wereld als het om een kind met een handicap gaat’

Elk jaar gaan honderden vrouwen naar Nederland voor een abortus omdat daar een zwangerschapsafbreking mogelijk is tot tweeëntwintig weken, terwijl het bij ons maar tot twaalf weken kon en er nu een akkoord is om dit uit te breiden tot veertien weken. Minder geweten is dat er ook elk jaar tientallen Nederlandse vrouwen naar België komen voor een abortus vanwege een ongeboren kind met een handicap. België heeft immers, wat personen met een handicap betreft, de meest liberale wetgeving ter wereld. Bij ons kan men tot net voor de geboorte een abortus legaal uitvoeren als het gaat om een kind met een ongeneeslijke aandoening. In Nederland is dat na tweeëntwintig weken niet meer mogelijk, omdat een kind vanaf dan levensvatbaar is.

Al vele tientallen jaren spreken we in de sector niet meer van ‘gehandicapten’, maar van ‘personen met een handicap’, juist met de bedoeling om deze mensen niet te herleiden tot hun handicap. Ze zijn immers in de eerste plaats een persoon. Ondanks deze mooie en juiste gedachte is de realiteit enigszins anders. Wanneer je bijvoorbeeld iemand met maar één hand ziet, valt automatisch die arm zonder hand op. Pas als je de persoon in kwestie beter leert kennen, komen er andere aspecten naar voren en wordt de handicap achtergrond. Die eerste indruk geeft met andere woorden een verkeerd beeld: men focust te hard op de handicap. Dat geldt ook voor ouders die van de gynaecoloog de dramatische boodschap krijgen dat hun kind gehandicapt zal zijn.

Ik heb veertig jaar als orthopedagoog gewerkt in een voorziening voor kinderen en volwassenen met een diepe of ernstige verstandelijke handicap. Ik herinner me een bezoek van een groep studenten maatschappelijk werk in mijn afdeling. Ik vertelde met veel enthousiasme over de bewoners en over hun uitgesproken persoonlijkheden. Toen het bezoek afgelopen was, zei de begeleidende leerkracht dat ze dat allemaal toch zo triestig vond. Ik begreep niet waarover ze het had. Ook onze abortuswetgeving bekijkt iemand met een handicap, tot de dag van zijn geboorte, alleen maar als ‘een ongeneeslijke kwaal’.

Gelukkig of zeer gelukkig

Men kan zich in dit verband de vraag stellen of het niet gerechtvaardigd is om mensen met een ernstige handicap het leven te besparen en hen op die manier van hun toekomstig lijden te verlossen. Vaak is dit een belangrijk argument voor de ouders en het begeleidend team om de zwangerschap te onderbreken. Ook vinden de betrokkenen het vreselijk om hun kind naar een ‘instelling’ te moeten brengen als men de zorg zelf niet meer aankan.

Enkele jaren geleden deed mijn collega Ivo Abrams een onderzoek naar het geluk van mensen met een diepe of ernstige verstandelijke handicap in de voorziening waar hij werkte. Hij vroeg aan de begeleiders om aan elk van de 226 opgenomen bewoners een geluksscore te geven. Men gaf aan dat 77 procent van de gasten gelukkig of zeer gelukkig waren, 18 procent noch gelukkig of ongelukkig en slechts 5 procent ongelukkig. De gedachte dat een ernstige handicap voor de betrokkene synoniem is met ernstig lijden gaat niet op. Voor de groep die niet gelukkig was, werd ook gepeild naar voorstellen om de levenskwaliteit van de betrokkene te verbeteren. Dat leverde meer dan duizend ideeën op waarvan er maar drie onuitvoerbaar bleken. Ook voor de kleine groep niet-gelukkige personen hoeft de toestand dus niet hopeloos te zijn. Een kind met een ernstige handicap het leven gunnen en dat leven samen met een voorziening realiseren, lijkt me een menswaardig alternatief, dat het overwegen waard is bij een zwangerschap van iemand met een handicap.

Ik heb in mijn loopbaan honderden kinderen en volwassen met diepe en ernstige verstandelijke handicaps ontmoet. Ieder van hen was zonder uitzondering overduidelijk een erg waardevol iemand.

Bron: https://www.standaard.be/opinies/belgie-heeft-de-meest-liberale-abortuswetgeving-ter-wereld-als-het-om-een-kind-met-een-handicap-gaat/156838027.html

Laat een reactie achter