We mogen niet vergeten om de mens achter de uitgestoken hand te blijven zien
In de voorbije weken is de bedelarij weer sterk in de actualiteit geweest. Recent besliste het Brusselse stadsbestuur om boetes van 500 euro op te leggen aan personen die vergezeld van kinderen bedelen. De maatregel is niet bedoeld om het bedelen te bestraffen, stelt het stadsbestuur, maar wel om de kinderen op school te krijgen. Een verkeerde maatregel voor een goed doel, of een vals voorwensel?
Natuurlijk botst dit gedrag van bedelende kinderen met de regels van een moderne samenleving, en zelfs met het recht van kinderen op onderwijs. Maar er is ook zoiets als een recht op waardig leven en een recht op gezinsleven. De meeste van deze bedelende gezinnen zijn immers Roma die uit het buitenland komen en tijdelijk in Brussel komen bedelen. Hun kinderen spreken noch Nederlands noch Frans, en geen enkele school staat te springen om ze voor een paar weken op te vangen, en zeker niet onder dwang.
Moeten de ouders hen dan ergens achterlaten om te gaan bedelen? Moeten we het deze mensen onmogelijk maken om in onze steden te komen bedelen? De Roma uit Oost-Europese lidstaten genieten als EU-burgers van dezelfde regels inzake vrij verkeer van personen als wij…
ATD Vierde Wereld heeft lang geijverd om de bedelarij in België te ‘de-criminaliseren’, wat ondermeer uitgemond is in de afschaffing van de wet op de beteugeling van de landloperij en bedelarij in 1993. Toch blijven steden en gemeenten allerlei politiereglementen uitvaardigen om het bedelen te beperken.
In 2023 publiceerden het interfederaal Steunpunt Armoedebestrijding en het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens een cahier met een inventaris van overtredingen op de wetgeving door gemeenten, en rechtspraak hieromtrent: niet minder dan 253 Belgische gemeenten waren in overtreding (geweest). Alleen in uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer agressief gebedeld wordt, of wanneer kinderen of andere kwetsbare personen uitgebuit worden om te bedelen, kan de overheid een verbod opleggen.
Pascal Debruyne (Odisee Hogeschool) en Stef Adriaenssens (KU Leuven) publiceerden recent het boek ‘Zichtbaar onzichtbaar’ over de bedelarij in België. Het onderzoek van Adriaenssens dekt zowel het perspectief van de ‘vrager’ als van de ‘gever’. Zo blijken ‘gevers’ erg selectief te zijn en gedreven door vooroordelen (‘gaan ze dat niet gewoon opdoen aan drank?’). Ze geven zelfs minder gemakkelijk aan Roma dan aan bedelaars van andere etnische herkomst (voor zover dit zichtbaar is). Ze geven ook gemakkelijker aan oudere of zichtbaar kwetsbare mensen, of aan mensen die alleen zijn. Bedelen in familieverband blijkt dus geen goede strategie te zijn!
De ‘vragers’ zijn dan weer allerminst passieve luiaards: vaak combineren ze het bedelen met kleine informele klussen als poetshulp of afwasser, bijvoorbeeld in ruil voor een maaltijd of onderdak. De meesten hebben geen vast onderdak en zijn dus continu bezig met het zoeken naar tijdelijke oplossingen en met vechten tegen papiermolens. Of in het geval van mensen zonder papieren: met het zoeken van nieuwe schuilplaatsen.
We mogen niet vergeten de mens achter de uitgestoken hand te blijven zien. Bedelen is geen pretje, ook al kan je er een beetje aan wennen. Het is goed om niet alleen een euro in het bekertje te droppen, maar de persoon in kwestie te groeten en er eventueel een praatje mee te slaan.
Zo was ik getroffen door twee interviews met bedelaars die Karlien Beckers publiceerde in De Standaard op 30 maart. Heel realistische portretten, en ook heel menselijk. Eén van de twee is van Florin, een Roemeen die meer dan 20 jaar in België gewerkt heeft als bouwvakker maar na een ziekteperiode stilaan zonder werk is gevallen. En toch blijft hij wat klussen in een nachtwinkel. En met het bedelen erbij haalt hij voldoende bij elkaar om nog geld te sturen naar zijn kinderen in Roemenië. Florin is ‘vrager’ en ‘gever’ tegelijk.
Bron: https://www.knack.be/nieuws/belgie/maatschappij/we-mogen-niet-vergeten-om-de-mens-achter-de-uitgestoken-hand-te-blijven-zien/
