Antoine Bakhash: Stop met werkzoekenden te behandelen als het uitschot van de samenleving

Wie vandaag werk zoekt, krijgt al snel te horen waaraan het hem zoal ontbreekt. Onze arbeidsmarkt verandert snel en het is logisch dat mensen daarin mee moeten. Maar meestal lijkt het alsof alle aanpassing van één kant moet komen.

Op 29 september pleitte MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez ervoor om werklozen opnieuw elke dag te laten stempelen. Zo wil hij misbruik tegengaan. Het is vanzelfsprekend dat fraude overal moet worden aangepakt, maar het blijft opvallend hoe makkelijk politici kwetsbare mensen gebruiken om met zulke voorstellen te scoren. Alsof je sneller werk vindt als je je elke dag moet aanmelden.

Wie vacatures bekijkt, ziet vaak lange lijsten met voorwaarden. Een diploma, meerdere talen, ervaring, specifieke softwarekennis en het liefst iemand die meteen inzetbaar is. Jongeren die pas afgestudeerd zijn, missen ervaring, wie twintig of dertig jaar ervaring heeft, kan ineens te oud zijn.

Werkzoekenden zijn jarenlang aangemoedigd om zich aan te passen aan de arbeidsmarkt. Bijleren, omscholen, nieuwe technologieën leren gebruiken en specifieke opleidingen volgen. Een leven lang leren. Dat heeft zeker een aantal mensen geholpen. Maar we willen meer mensen aan het werk krijgen en de economie groeit amper. Dan mag je ook van werkgevers verwachten dat ze zich wat flexibeler opstellen, want aan hoeveel van die eisen moet je echt voldoen om het werk goed te doen?

Mijn vader is 63 jaar oud. Al houdt hij zelf vol dat hij nog best jong is, na 40 jaar werken als goudsmid moest hij zijn leven opnieuw opbouwen. Hij werkte twee jaar in een Kringwinkel in Lede via artikel 60, een regeling waarmee OCMW’s mensen met een leefloon tijdelijk werkervaring laten opdoen. Daarna volgde hij met succes verschillende opleidingen bij de VDAB. Vervolgens werkte hij altijd met tijdelijke contracten, meestal van drie maanden. Wie hem kent, weet dat hij een hardwerkende man is die graag onder de mensen komt en zich makkelijk aanpast.

Ik moet toegeven dat zijn Nederlands niet perfect is. Hij maakt nog fouten en zoekt soms naar woorden, maar op de werkvloer heeft die uitdaging hem nooit tegengehouden. Hij werkte jarenlang met Nederlandstalige collega’s en klanten en compenseerde wat hij taalkundig miste met inzet, flexibiliteit en de wil om zijn werk zo goed mogelijk te doen. En meestal met een glimlach.

Vandaag wil hij nog altijd werken, maar een job vinden blijkt moeilijk. Het is ergens niet verrassend dat werkgevers liever kiest voor iemand die jonger is, het juiste diploma heeft en Nederlands als moedertaal heeft. Maar waar kunnen mensen zoals mijn vader dan nog terecht? Hij is zeker niet de enige in Vlaanderen die wil werken, ervaring heeft en aan zijn pensioen denkt, maar telkens opnieuw op drempels botst. Hoe zien we erop toe dat ook die mensen aan het werk kunnen blijven en hun plaats vinden in onze samenleving?

In deze tijden, waarin de overheid een duidelijk beleid zou moeten voeren om mensen te activeren, waarin investeren in mensen en talent belangrijker wordt dan ooit, beslist de Vlaamse regering toch te besparen op de VDAB. Volgens haar meerjarenbegroting zal de jaarlijkse dotatie in 2028 80 miljoen euro lager liggen dan oorspronkelijk gepland. Ze schrapt ook de financiering voor de begeleiding bij artikel 60, terwijl die regeling mensen via het OCMW de kans geeft om opnieuw werkervaring op te bouwen.

Of subsidies geven een kerntaak van de overheid is, daarover kunnen we discussiëren, maar van een regering mogen we wel verwachten dat ze een duidelijk plan heeft om werkzoekenden aan de slag te krijgen, zodat ze kunnen bijdragen aan onze economie en zelf weer vooruit kunnen. Vandaag lijkt het soms alsof werkzoekenden er alleen voor staan, met politici die vooral met de vinger wijzen en werkgevers die liever kiezen voor wie op papier de beste kandidaat is.

Bron: De Standaard.

Laat een reactie achter