Guido Vanheeswijck: Ik wil op Maxime Prévot stemmen, zowat de enige politicus met een moreel kompas, maar ik mag niet

“Waardigheid is niet te koop”, reageerde Maxime Prévot op de weigering van de N-VA en de MR om dertien Palestijnse beursstudenten uit Gaza te laten overkomen. Die zin legt een fundamentele politieke keuze bloot. Wat doen we wanneer regels, procedures, kans op electoraal gewin of politieke doelstellingen botsen met het concrete leed van mensen? Eerder had minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) al laten verstaan dat een moreel kompas voor haar niet bepalend is. Dat blijkt nu ook weer. Alsof het begrip ‘waardigheid’ dat Prévot hanteert, stilaan onverstaanbaar lijkt te worden. Het is te subtiel, te abstract voor wie het morele kompas uit de politieke besluitvorming heeft verwijderd.

Hannah Arendt wordt weer volop gelezen en vertaald. Vooral één begrip blijft tot de verbeelding spreken: ‘de banaliteit van het kwaad’Arendt gebruikte die formulering voor het eerst in haar verslag over het proces tegen Adolf Eichmann. Over haar interpretatie is sindsdien hevig gedebatteerd. Historici hebben haar voorstelling van Eichmann bekritiseerd. Hij zou geen bureaucraat zijn geweest die gedachteloos bevelen uitvoerde, maar een overtuigde nazi en antisemiet. Los van de vraag of Arendts beoordeling van Eichmann correct was, blijft de gedachte achter haar beroemde formulering van universele betekenis. Het kwaad hoeft niet altijd voort te komen uit monsterlijke bedoelingen. Het kan ook ontstaan uit gedachteloosheid, uit het blindelings volgen van procedures of uit electorale ambitie.

De banalisering van het morele kompas door toonaangevende politici is daarvan een hedendaagse illustratie. Zonder moreel kompas worden politieke beslissingen nog uitsluitend beoordeeld op hun meetbare resultaat of in functie van electoraal gewin. Schrijven dat Van Bossuyt of haar partijgenoten daarom ‘onmensen’ zijn, of dat hun politieke keuzes voortkomen uit monsterlijke intenties, zou al te makkelijk zijn.

Als vooropgestelde cijfers halen (uitstroom omhoog, instroom omlaag) voorrang krijgt op het concrete individu, dreigt het politieke doel de morele vraag te verdringen. Dan verdwijnen mensen achter cijfers, dossiers en categorieën. Zonder moreel kompas kan een democratie niet functioneren. Democratische waarden, waaraan vrijwel iedereen in het publieke debat lippendienst bewijst, stoelen op de overtuiging dat ieder individu een waardigheid bezit die niet afhankelijk is van nationaliteit, politieke bruikbaarheid of rangorde in een migratiestatistiek. De reactie van Prévot spreekt mij aan omdat hij iets verdedigt wat in een democratie nooit bijkomstig mag worden: het vermogen om menselijke waardigheid boven de cijfers te stellen.

Bij gebrek aan een federale kieskring mag ik als Vlaming niet stemmen op een gewetensvolle Waal die de ethische grondslagen van onze democratie verdedigt. Dat is een procedurele vorm van democratisch deficit. Ik wens mijn stem als Belgische burger te geven aan iemand die mij eraan herinnert dat politiek meer is dan tactisch gemanoeuvreer.

Bron: De Standaard.

Laat een reactie achter