Brecht Nuyts: Laat zingeving voor jongeren niet over aan Silicon Valley
Het Orgaan voor de Dreigingsanalyse (Ocad) verspreidde recent een opvallende brochure over “nihilistisch extremisme”. Waar klassieke extremisten streden voor een ideologie, religie of politiek project, ervaren deze jongeren vooral een diepe leegte. Ze geloven niet langer dat iets werkelijk betekenis heeft. Die analyse deed me denken aan het onderzoek van politicoloog Tom Sauer naar Vlaamse Syriëstrijders, van een decennium geleden. Uiteraard zijn de verschillen groot. Maar onder zeer verschillende vormen van radicalisering kan dezelfde menselijke honger schuilgaan: de behoefte aan richting, betekenis en ergens bij horen.
Heeft mijn leven zin? Ben ik ergens voor bestemd? Waarvoor ben ik verantwoordelijk? En waarvoor niet? Als leerkracht raken die vragen mij recht in het hart. Het zijn vragen van alle tijden, maar de manier waarop we ze beantwoorden, verandert. Onze samenleving lijkt er steeds ongemakkelijker mee om te gaan. We spreken vlot over vaardigheden, competenties, economische groei en mentale gezondheid, maar veel minder over wat een goed leven eigenlijk is. Wie vandaag op zoek gaat naar betekenis, krijgt vaak de boodschap dat hij het uiteindelijk zelf zal moeten uitzoeken.
Individuele vrijheid
Dat hoeft geen probleem te zijn. De grotere individuele vrijheid van onze tijd heeft veel goeds gebracht. Mensen zitten niet langer vast in afgelijnde levensbeschouwelijke of sociale kaders waarin eerdere generaties opgroeiden. Zingeving hoeft niet noodzakelijk religieus te zijn. Mensen vinden betekenis in kunst, wetenschap, engagement, sportclubs, gezin of vriendschappen.
Toch merk ik bij veel jongeren een verlangen naar houvast. Collega’s herkennen hetzelfde. In sociologisch onderzoek wordt gesproken over morele verwarring en onzekerheid. Wanneer alle overtuigingen als even relatief worden voorgesteld, wordt het moeilijk om nog met overtuiging te spreken over wat waardevol, verantwoord of nastrevenswaardig is.
Ik herinner me een mondeling examen met een bijzonder fijne leerling. Hij vertelde hoe iemand in zijn scoutsgroep kritiek had op uniformen en kampvuurrituelen. Zijn verdediging was dat dit nu eenmaal traditie was. Maar tijdens ons gesprek merkte hij zelf op dat hij dat argument niet echt overtuigend vond. Wat mij trof, was niet zijn antwoord, maar zijn aarzeling. Hij voelde aan dat sommige gebruiken waardevol waren, maar beschikte niet over de taal om uit te leggen waarom.
Goed en kwaad
Eeuwenlang boden families, verenigingen, levensbeschouwingen en religieuze gemeenschappen niet alleen antwoorden, maar ook een gemeenschappelijke taal om over goed en kwaad, verantwoordelijkheid en verbondenheid te spreken. Die instituties bestaan nog steeds, maar hun maatschappelijke invloed is aanzienlijk kleiner geworden. De oude antwoorden klinken zachter dan vroeger, terwijl de vragen van jongeren even luid blijven.
En precies daar ontstaat een vacuüm. Waar ouders, scholen en samenleving vaak terughoudend worden om richting te geven, uit angst om belerend te zijn, tonen de grote technologiebedrijven veel minder schroom. Sociale media, influencers en AI-chatbots beantwoorden elke vraag onmiddellijk. Ze bieden aandacht, bevestiging en een gevoel van nabijheid. Voor veel jongeren zijn ze de eerste gesprekspartner geworden voor vragen over relaties, identiteit en mentale problemen.
Ik ben niet tegen technologie. Als leerkracht gebruik ik dagelijks AI om lessen voor te bereiden, oefeningen te maken en lesmateriaal te structureren. Het is een fantastisch hulpmiddel op praktisch niveau. Maar een hulpmiddel is nog geen mentor, laat staan een moreel betrouwbare gids.
Wanneer jongeren een chatbot beginnen te gebruiken als moreel kompas, therapeut of vertrouwenspersoon, komen we op gevaarlijk terrein. Een AI-systeem beschikt niet over wijsheid, levenservaring of verantwoordelijkheid. Het kan overtuigende antwoorden genereren zonder zelf verantwoordelijkheid te dragen voor wat die antwoorden bij iemand teweegbrengen. Technologie die gebouwd is om gebruikers betrokken te houden, is niet noodzakelijk geschikt om existentiële vragen te beantwoorden.
Toch vervaagt de grens tussen menselijke relaties en technologie steeds verder. De opdeling tussen de online en offline wereld zoals oudere generaties die maken, lijkt te verdwijnen als sneeuw voor de zon. Wanneer influencers zoals Acid AI voorstellen als therapeut, vriend of levenscoach, versterken zij de illusie dat menselijke begeleiding eenvoudig kan worden vervangen door een algoritme. Dat is een fundamentele vergissing. Psychologische begeleiding, opvoeding en zingeving zijn geen technische problemen waarvoor een efficiënte softwareoplossing bestaat.
Als we niet willen dat nihilisme omslaat in extremisme of dat commerciële algoritmen steeds meer invloed krijgen op de morele vorming van jongeren, zullen we opnieuw moeten durven te spreken over normen, waarden, verantwoordelijkheid, zingeving en betekenis. Niet door terug te keren naar een verleden dat voorbij is, maar door jongeren opnieuw duidelijke richtingaanwijzers aan te reiken.
Bron: De Standaard.
