Ides Nicaise: ‘Wordt ons hoger onderwijs weer het voorrecht van de hogere witte middenklasse?’
Procrustes was een herbergier in het oude Griekenland die zijn gasten vriendelijk onthaalde, maar hen bij het slapengaan mishandelde: bij mensen die langer bleken dan hun bed, hakte hij een deel van hun benen af, en ‘te kleine’ gasten rekte hij met kettingen uit tot ze net lang genoeg waren voor hun bed.
De besparingen in het hoger onderwijs doen een beetje aan die praktijk denken: studenten ouder dan 30 krijgen geen studietoelage meer, studenten onder die grens moeten minstens 54 studiepunten per jaar opnemen om hun toelage te behouden. Eerder was er ook al een plafond van 2 procent gezet op het aantal subsidieerbare niet-Europese studenten.
Dat zijn slechts maatregelen ‘aan studentenzijde’, naast de besparingen op onderzoek, die onder andere zullen moeten dienen om de tegenvallende opbrengsten van de luchthaven van Zaventem voor de Vlaamse regering te compenseren. Vergeet ook niet de federale besparingen op pensioenen, die erg zwaar zijn voor academisch personeel. En dat alles komt na een lange periode van afkalving van toelagen: sinds 2008 was de onderwijstoelage per student al met zowat 20 procent gedaald. Maar laat me hier focussen op het perspectief van de studenten.
Witte middenklasse
Het plafond voor niet-Europese studenten maakt geen onderscheid tussen studenten uit rijke en arme landen. Dat stelt de onderwijsverstrekkers voor pijnlijke keuzes: hogere inschrijfgelden, die onbetaalbaar zijn voor kandidaten uit lage-inkomenslanden, of kandidaten selecteren, en zo ja, op welke basis?
De beperkingen in de studietoelagen treffen vooral beursstudenten die in moeilijke omstandigheden studeren: sommigen moeten gezin, studentenjob en studie combineren en zullen misschien bij voorbaat afhaken als ze een nagenoeg voltijds studietraject moeten opnemen om hun beurs te behouden. Er zijn studierichtingen in het hoger onderwijs waar dat soort beursstudenten sterk oververtegenwoordigd is, zoals sociaal werk of verpleging. Paradoxaal gaat het daar zelfs om knelpuntberoepen. De besparing heeft bijgevolg een dubbel nefast effect: op de democratisering van het onderwijs én op de knelpunten in de arbeidsmarkt.
Er zijn instellingen die – als inzet voor de democratisering – disproportioneel veel deeltijdse en oudere studenten hebben. De VUB en sommige hogescholen zullen zelfs een deel van hun personeel moeten ontslaan.
De maatregelen in het hoger onderwijs kunnen niet los gezien worden van besparingen in het leerplichtonderwijs, zoals de afschaffing van twee derde van de middelen voor de vervolgcoaches voor ex-Okan-leerlingen. Die coaches waren onmisbaar, omdat één jaar intensief taalbad Nederlands voor anderstalige nieuwkomers onvoldoende was gebleken om succesvol hun studies voort te zetten. Voor die nieuwkomers lijkt de doorstroming naar het hoger onderwijs nu nog minder haalbaar.
Wordt ons hoger onderwijs opnieuw het voorrecht van de hogere witte middenklasse? Ooit was onze minister van Onderwijs federaal staatssecretaris voor Armoedebestrijding en Gelijke Kansen. Het zou onfatsoenlijk zijn om haar nu met Procrustes te gaan vergelijken. Maar sommige aspecten van haar beleid doen wel onwillekeurig aan dit soort aanpak denken.
Bron: https://www.standaard.be/opinies/wordt-ons-hoger-onderwijs-weer-het-voorrecht-van-de-hogere-witte-middenklasse/157988272.html
