Jan Rosier: ‘Ceo’s verdoezelen de werkelijkheid: met AI-tools willen ze alle werknemers strikt surveilleren’

In het debat over AI voeren ceo’s de boventoon met optimistische toekomstvisies. Ze doen opvallende, zelfs linkse voorstellen: belastingen voor hun eigen bedrijven, belastingkredieten voor bedrijven die mensen in dienst houden, inspraak van werknemers over het gebruik van AI, en zelfs een 32 urenweek met loonbehoud.

Toch is waakzaamheid geboden wanneer die visies door belanghebbenden worden verpakt in ethische of maatschappelijke termen. Er gaapt vaak een diepe kloof tussen de publieke retoriek van die bedrijfsleiders en de dagelijkse realiteit op de werkvloer van hun ondernemingen. Om de werkelijke impact van hun beleid beter in te schatten, moeten we niet luisteren naar de propaganda in de congreszaal, maar naar de mensen in de kantoortuinen en distributiecentra van bedrijven die volop inzetten op AI.

Neem het voorbeeld van wat voormalig topmanager Sarah Wynn-Williams in haar boek Careless people schrijft over haar ervaringen bij Facebook (dat ook AI omarmt). Geïndoctrineerd door de bedrijfscultuur en gemanipuleerd door het management offerde ze zichzelf en haar gezin op voor de firma. Terwijl ze in het ziekenhuis lag om te bevallen van haar eerste kind, met haar voeten al in de beugels, was ze nog steeds aan het werk. Haar man stond erbij, woedend. Zij werkte koortsachtig verder aan een laatste memo op haar laptop, totdat haar gynaecoloog ingreep en de laptop dichtklapte. Het topmanagement had het Sarah duidelijk gemaakt: het succes van Facebook was belangrijker dan het geluk van haar baby. Op het moment dat ze inzag dat haar kostbaarste bezit werd beschouwd als een sta-in-de-weg voor de groei van het bedrijf, begreep ze dat ze niet langer een mens was, maar een productiefactor – een middel met een gebrek.

Digitale discipline

Wat de AI-ceo’s ons vertellen over hun goede bedoelingen, moet dus met een flinke korrel zout worden genomen. De impact van AI zit namelijk ingebakken in de architectuur van de werkplek. AI-algoritmes worden steeds vaker ingezet om elke menselijke handeling nauwgezet te monitoren en te sturen. Je hoort vaak spreken over menselijke managers die robots zullen aansturen, maar het omgekeerde is inmiddels bittere ernst. Want wat als de rollen worden omgedraaid? Hoe slimmer robots worden, hoe meer wij zullen werken om hun mogelijkheden te faciliteren en om aan hun voorgeprogrammeerde eisen – steeds hogere productiviteit – te voldoen.

Een recente metastudie van 172 academische artikelen naar AI-gestuurd management bevestigt die trend. Hoewel technologie de potentie heeft om werknemers meer autonomie te geven doordat robots het onplezierige werk van ons overnemen, wijst de praktijk in de tegenovergestelde richting: bedrijven benutten de AI-tools hoofdzakelijk voor strikte surveillance. De onderzoekers concluderen dat modern management is geëvolueerd tot een digitale versie van het taylorisme (wetenschappelijke analyse van werkprocessen om maximale efficiëntie te bereiken) of taylorisme ‘op steroïden’, waarbij de keuzevrijheid van het individu wordt opgeofferd aan een systeem van constante AI-gedreven controle. Terwijl Frederick Taylor in de 19de eeuw met een chronometer naast de arbeider stond, doet het AI-algoritme dat nu op het niveau van milliseconden.

Het is paradoxaal: terwijl techreuzen claimen de vrijheid te bevorderen, vertoont hun managementsturing trekken van de rigide productiesystemen uit de vorige eeuw. Zelfs Lenin zag destijds in dat kapitalistische controlemethoden essentieel waren om discipline af te dwingen; vandaag zien we daar een digitale variant van. Als we taal zien als de voorloper van het handelen, zoals Angela Merkel stelde, dan is het begrip human resources het bewijs van een verontrustende mentaliteit en woordkeuze. Dat is op zich al een reden om de term bij het vuilnis te zetten. De AI-revolutie dreigt de huidige managementdruk nog te versterken en de autonomie van de werknemer verder uit te hollen.

Als we toelaten dat mensen louter als door AI gestuurde productiefactoren worden behandeld, ondermijnen we de basis van onze democratie: de mondige, autonome burger. Echte industriële innovatie voor de samenleving begint bij de democratisering van de werkvloer, waar mensen weer Jan, Pol of Piet mogen zijn in plaats van ‘geoptimaliseerde activa’. Hoe kunnen we van mensen verwachten dat ze overtuigde democratische burgers blijven, als ze zich voortdurend moeten plooien naar de grillen van ceo’s, investeerders en hun AI-robotsystemen? Op den duur leidt dat tot een apathische, vermoeide burgerij. Democratieën sterven niet noodzakelijk door een staatsgreep van bovenaf, maar kunnen ook stikken in de stille uitputting van miljoenen werknemers. Misschien is het dat waar huidige en toekomstige dictators en hun AI-vazallen van dromen.

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter