Johan Swinnen: ‘Vrede in Oekraïne is van ons allemaal’

Ceci n’est pas une paix. We kunnen het een kritische waarnemer van het schouwspel rond het conflict in Oekraïne nauwelijks kwalijk nemen dat hij zich tot een dergelijke Magritte-oprisping laat verleiden, als we zien hoe de stukken van een surrealistisch verhaal in elkaar worden gelegd.

Een verhaal waarin de wereldorde, of wat er nog van overschiet, op haar kop wordt gezet. Waar aartsrivalen zich plots vinden in opportunistisch en mercantiel instantgewin, vergelijkbaar met een vastgoeddeal. Waar de verwaande hopman het kruiperige gevlei van zijn patrouillevrienden met hoon en spot begroet. Een verhaal van een overmoedige agressor die zijn nostalgische droombeelden achternaholt. Van een belaagde leider die moet kiezen tussen de waardigheid van zijn land en de steun van een twijfelachtige bondgenoot. En van, surrealisme oblige, een Belg die vreesde de volle factuur van een broze vrede te moeten betalen.

Het klinkt misschien overtrokken. En toegegeven, er zijn al verdienstelijke pogingen gedaan om het conflict te beëindigen. Misschien is een ontknoping op til, al bestaat over heikele kwesties als gebiedsafstand en veiligheidsgaranties nog grote onenigheid. Dat we ‘nooit zo dicht bij een akkoord hebben gestaan’ en dat een rechtvaardige vrede nabij is, is helemaal niet verzekerd. Ook op de handhaving en de duurzaamheid van die vrede wegen nog zware twijfels. We zijn er nog lang niet, vrees ik.

Vredesambitie

We zien een opvolging van wisselende diplomatieke formaties, die liefkozend coalitions of the willing worden genoemd, maar waar moeilijk een coherente en duidelijke lijn uit op te maken valt. Maar waar blijft een waarachtig diplomatiek en breed verkennend initiatief? Kunnen we ons alleen veiliger voelen bij een beleid dat zich laat inspireren door oorlogslogica, veel meer dan door vredesambitie? Bij een roekeloze wapenwedloop waar de percentages van het bruto binnenlands product die voor defensie moeten worden vrijgemaakt worden voorgesteld als heilige gralen, in plaats van ze als redelijke en verantwoorde doelstellingen na te streven?

Dat we veerkracht moeten ontwikkelen om het hoofd te bieden aan bedreigingen en destabilisatie, ligt voor de hand. Defensie verdient meer zorg en aandacht. Maar laten we ook beseffen dat we bruggen moeten bouwen, geen muren optrekken. Diezelfde visie zette onze minister van Buitenlandse Zaken in 1967 al uiteen in een rapport voor de NAVO. Pierre Harmel pleitte, met de doctrine die naar hem werd genoemd, zowel voor een sterke defensie als voor een stabiele relatie met het Oostblok.

Had de Europese Unie niet wat assertiever moeten optreden en tijdig met een eigen globaal vredesplan moeten uitpakken? Op het 28 puntenplan dat Russen en Amerikanen in elkaar hebben gestoken, wordt terecht stevig ingebeukt. Aan wie beweert dat de EU achter de feiten aanloopt, kan hopelijk worden aangetoond dat we weigeren ons te laten meedrijven in een stroom van negativiteit en angst, en dat nog voldoende kan worden bijgestuurd.

Laten we ervan uitgaan – zelfs nu we misschien niet ver van een ‘deal’ verwijderd zijn – dat er nog plaats is voor positieve vredesambitie om die brug naar de andere oever te slaan. Een back-to-basicsbenadering kan daarbij helpen, waarbij eerst zonder dralen en zonder te veel voorwaarden een einde komt aan jaren van waanzinnig geweld en een algemeen staakt-het-vuren wordt afgekondigd.

Vervolgens kan, in de schoot van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), dus samen met de Amerikanen, de Russen en de Oekraïners, een plechtige beginselverklaring worden goedgekeurd, die teruggrijpt naar de slotakte van Helsinki van 1975. Die akte, die in volle Koude Oorlog 50 jaar geleden unaniem werd goedgekeurd door de NAVO- en Warschaupactlanden, alsook door de toenmalige neutrale landen van Europa, leidde uiteindelijk tot de oprichting van de OVSE en… tot de val van de Berlijnse Muur.

In tegenstelling tot soloshows en kleine coalities die over elkaar heen struikelen kan een dergelijke diplomatieke hoogmis de gemoederen tot bedaren brengen, omdat ze niet alleen akte neemt van de aan de gang zijnde onderhandelingen, maar ook perspectief biedt op een dynamisch diplomatiek proces. Een bredere kijk moet grondige onderhandelingen mogelijk maken, waarbij ook de fundamentele kwestie van de pan-Europese veiligheidsarchitectuur en andere vraagstukken die de duurzaamheid van de vrede moeten garanderen worden besproken. Het geruststellende vooruitzicht op dat proces zal de betrokken partijen overhalen een staakt-het-vuren te onderschrijven.

Mature relatie

Een volwaardig multilateraal proces moet ertoe leiden dat iedereen zich erkend, gerespecteerd en betrokken voelt en een rol kan spelen. Grote én kleine landen, kernwapenmachten en andere spelers, nabije en verre buren van Rusland, en onze trans-Atlantische partners uit de VS en Canada.

We mogen daarom niet nalaten een mature relatie op te bouwen met Washington, minder onderhevig aan de wispelturige, narcistische capriolen van de huidige president. In een volwassen relatie hoeven we ons niet te ergeren, noch aan de platvloerse vleierijen die de ‘vredestichter’ zich laat welgevallen, noch aan de beledigingen die hij zelf kwistig rondstrooit. Mutatis mutandis moeten we met Moskou streven naar een openhartige en geloofwaardige relatie, met zowel respect als ruimte voor kritiek.

Idealiter wordt het vredesakkoord dus niet losgekoppeld van een mondiale en inclusieve regeling. Zo wordt voldoende voorraad van hoop, vertrouwen en goede wil opgebouwd om een rechtvaardige en duurzame vrede te bereiken. Als dat proces lukt en de vrede wenkt, kan die ervaring dienen als richtsnoer voor andere conflicten, voor vredesinitiatieven in het Midden-Oosten, in Centraal-Afrika en elders in de wereld. René Magritte zou het ons niet kwalijk nemen.

Bron: De Tijd

 

Laat een reactie achter