Ilse Geerinck, Elisabeth Kruyfhooft & Wiebe Koopal: ‘De vergissing van de gedragsschool: wat Frankenstein en Pinokkio ons leren’
Voor wie Frankenstein nog niet zag, de nieuwste film van Guillermo del Toro: we kunnen hem alleen maar aanbevelen. Na de stop motion-film Pinokkio weer een film over een eigenaardige en moeizame vader-zoonrelatie, maar ook over onhandelbare kinderen—kinderen die zich op talloze manieren misdragen jegens hun goedbedoelende en ambitieuze makers, om zo tot ware monsters uit te groeien, in plaats van tot ‘echte mensen’.
Wat die thematiek betreft is de timing van de release opmerkelijk te noemen, althans hier in Vlaanderen. Want net op dit moment werkt minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) een plan uit voor ‘gedragsscholen’: scholen waar kinderen met aanhoudend en extreem probleemgedrag onder gespecialiseerde begeleiding een traject kunnen doorlopen om (opnieuw) te leren wat het betekent om je op school en in de maatschappij correct te gedragen.
Op dit plan kwam reeds de nodige kritiek, onder andere van kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens die vooral waarschuwde voor de gevaren van stigmatisering en segregatie. Anderen merkten op dat Demirs voorstellen nauwelijks oog hebben voor de praktische uitvoerbaarheid. Welke leerkrachten en/of opvoeders zal ze (bereid) vinden om dit alles te realiseren—gelet op het grote personeelstekort in zowel het reguliere onderwijs als de jeugdzorg?
Wij willen het hier over een andere boeg gooien, geïnspireerd door de thematiek van de recentste del Toro-films. Net zoals in Pinokkio en Frankenstein willen we niet ontkennen dat er in onze scholen sprake is van reële gedragsproblemen die om een oplossing vragen.
Het voorstel echter om de verbeteringsgestichten van weleer nieuw leven in te blazen, dreigt niet alleen een schijnoplossing te zijn, maar bovendien één die ons een pedagogische kijk op het eigenlijke probleem ontneemt.
Wat het eerste betreft: zet alle ‘stoute’ kinderen bij elkaar, en wat is de kans dat ze tot inkeer komen? Wat het tweede betreft: de minister wil ons doen geloven dat kinderen met gedragsproblemen zomaar beter gemaakt kunnen worden.
Opvoeding, zo schrijft Franse pedagoog Philippe Meirieu in zijn boek Frankenstein en de pedagogiek, is echter geen kwestie van maakbaarheid, maar van vormbaarheid. En vorming, dat is altijd op de eerste plaats zelfvorming, net zoals we in het Nederlands zeggen dat iemand zich gedraagt. Gedrag is geen maakbaar product maar een werk aan zichzelf.
Om te begrijpen wat dit voor het onderwijs betekent, hoeft men maar naar Frankenstein en Pinokkio te kijken. In beide verhalen verkijkt de vader/maker zich op de vrijheid die het gedrag van zijn kind/creatuur kenmerkt. Waar de goedgelovige timmerman Gepetto al snel moet ontdekken dat ‘zijn’ houten trekpop helemaal geen zin heeft om geduldig op te groeien en zich—ver weg van school—in allerlei doldrieste en ondeugdelijke avonturen smijt, wil de ambitieuze dokter Frankenstein maar niet onder ogen zien dat zijn ‘monster’ daadwerkelijk iemand anders is (en moet worden).
Pinokkio verliest zich volledig in zijn avonturen, en blijft aanvankelijk exact wat hij is: een marionet. Enerzijds letterlijk, optredend in een circus; anderzijds figuurlijk: voortdurend laat hij zich alle kanten op bewegen, door de minste (externe of interne) kracht die op hem inwerkt.
Het is vaak niet anders met onze eigen kinderen, die constant verleid worden te geloven dat ze het allemaal ‘op hun manier’ kunnen doen, zonder school of vorming. Sociale media promoten lustig het ideaaltype van de selfmade (wo)man, en zelf zien ze ook hoeveel diploma’s aan het einde van de rit nauwelijks maatschappelijk gevaloriseerd worden. Wie weinig te verliezen heeft, ligt niet wakker van de zoveelste schoolstraf. Who cares? School is voor deze jongeren geen kracht meer om rekening mee te houden.
Waar Pinokkio, mede dankzij het aanhoudende vertrouwen van Gepetto, alsnog een ‘echte jongen’ wordt die geleerd heeft dat opgroeien vooral om moed vraagt om je (samen met anderen) ergens voor in te zetten, lopen de zaken in het andere verhaal helemaal anders. Dokter Frankenstein weigert verantwoordelijkheid op te nemen voor het onbehouwen schepsel dat hij gemaakt heeft. Door hem te wantrouwen en te behandelen als een kwaadaardig wezen dat slaafs moet volgen, ontneemt hij hem de kans om zich tot mens te vormen. Hij laat hem aan zijn lot over in een voor hem volkomen vreemde wereld, wat niets dan mismoedigheid en geweld in de hand werkt (al komt del Toro’s film nog met een positieve plottwist over de brug).
Herkenbaar, toch voor iedereen die jongeren kent waar door niemand meer op gerekend wordt, en die zich dan maar helemaal tegen de wereld keren.
Hoe bij zulke jongeren ‘interesse wekken’ om zich ergens mee in te laten, zoals Meirieu het uitdrukt? Door eerst hun gedrag beter te maken op aparte gedragsscholen, of door van ‘gewone’ scholen plekken te maken waar ze aan hun gedrag willen en mogen werken, samen met anderen, en vanuit een gedeelde interesse in en zorg voor de wereld?
Bron: Knack
