Antoine Bakhash: Ik krijg geen studiebeurs meer: blijkbaar vervalt je recht op kansen in Vlaanderen zodra je 30 jaar bent
Hoe oud mag je zijn om nog een kans te krijgen? Die vraag had ik niet verwacht bij de start van mijn tweede jaar journalistiek. Ik ben 30. Mijn resultaten van vorig jaar hadden me vertrouwen moeten geven. Toch vraag ik me af of verder studeren zonder steun haalbaar blijft.
Die onzekerheid heeft een concrete aanleiding: de Vlaamse regering koppelt het recht op een studietoelage voortaan aan een leeftijdsgrens. Daarachter herken ik het wantrouwen tegenover de ‘eeuwige student’: iemand die blijft hangen op kosten van de belastingbetaler. Liever in de fakbar dan in de bibliotheek.
Vanuit die visie heeft minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) voorgesteld de studietoelage voor studenten vanaf 30 jaar in principe af te schaffen. De maatregel werd op 17 juni 2026 aangenomen door het Vlaams Parlement, met steun van CD&V en Vooruit. Officieel heet dat een hervorming. Voor die studenten is dat vooral een besparing op hun onderwijskansen.
Mijn eigen studietraject begon aan de universiteit van Aleppo. Ik groeide op in een familie die sterk gelooft in onderwijs. Zelfs tijdens de oorlog bleef ik studeren: ik behaalde mijn middelbareschooldiploma en begon aan ingenieursstudies. Maar door het conflict in Syrië en de steeds gevaarlijkere situatie voor minderheden moest ik vluchten.
Op mijn 20ste kwam ik in België aan. Ik leerde Nederlands om hier te kunnen studeren, werkte, deed vrijwilligerswerk en probeerde na moeilijke jaren opnieuw stabiliteit te vinden. Exact het soort integratie waar Vlaamse politici voor pleiten.
Wie is de ‘ideale student’ eigenlijk? Iemand die op 18 begint, meteen de juiste richting kiest en zonder omwegen afstudeert? Alsof studeren, werken en een huis kopen de enige logische volgorde is: dat beeld staat ver van de uiteenlopende wegen die mensen kiezen. Niet iedereen staat aan dezelfde startlijn. Studenten werken, zorgen voor familieleden, kampen met mentale problemen of ontdekken pas later wat ze willen doen. Sommigen beginnen opnieuw na armoede, migratie of ziekte. Een 30-jarige student heeft niet noodzakelijk 12 jaar gestudeerd.
Voor hen is onderwijs geen luxe, maar een tweede kans in een samenleving waarin alles snel moet gaan en een diploma voor veel werkgevers vanzelfsprekend is. Dient een studietoelage niet juist om studeren mogelijk te maken voor wie de middelen niet heeft, ongeacht de leeftijd?
Opvallend is het voorbeeld van twee N-VA-ministers in de huidige Vlaamse regering. Ben Weyts en Matthias Diependaele deden respectievelijk negen en acht jaar over hun studies. Ook hun langere studietraject vergde een publieke investering. Hun parcours toont dat een omweg een succesvolle toekomst niet uitsluit. Waarom zou langer studeren dan niet kunnen?
Ik begrijp dat een krappe begroting moeilijke keuzes vergt. Ik pleit niet voor onbeperkte steun. Maar waarom zou leeftijd zwaarder wegen dan financiële nood, inzet en studievoortgang?
De regering voorziet in uitzonderingen, maar daarvoor moeten studenten hun hele leven sinds hun 18de verantwoorden en bijzondere omstandigheden bewijzen met attesten. Juist de kwetsbaarste studenten moeten zo hun verleden reconstrueren om aan hun toekomst te werken. Oude papieren zoeken en instanties contacteren: het kost tijd en energie die naar hun studies zouden moeten gaan.
Vorig jaar twijfelde ik of studeren op mijn leeftijd en in het Nederlands, een taal die ik pas later leerde, nog zou lukken. Mijn docenten gaven geen punten cadeau, maar wel vertrouwen. Daardoor behaalde ik resultaten die ik niet had verwacht. “Je kunt het, we geloven in jou”: ik had gehoopt dat ook de Vlaamse overheid dat signaal zou geven. Die leeftijdsgrens werpt juist een extra obstakel op.
Is onderwijs voor deze regering nog een recht dat ongelijkheid moet corrigeren, of alleen een investering in wie zij als de ‘ideale student’ beschouwt?
Bron: De Standaard.
