Tim Brys: ‘Is AI goed voor het onderwijs? Misschien ooit maar nu nog niet’

Het is een van de hoogtepunten van het academische jaar. Studenten, proffen en assistenten zwoegen zich te pletter tijdens de examenperiode. Sinds enkele jaren snelt generatieve AI hen te hulp. Samenvattingen maken, examens opstellen, vragen verbeteren, het kan er allemaal net iets sneller en efficiënter mee. De technologie werd dan ook omarmd door de universiteiten zelf, hoewel niet zonder controverse. De misstap van UGent-rector Petra De Sutter illustreerde dat nog eens. De vraag is: ondersteunt AI het onderwijs of niet?

Een nieuwe uitgebreide studie van het gerenommeerde Brookings instituut werpt daar een licht op. De auteurs noemen het rapport een premortem, want we staan nog maar aan het begin van AI-gebruik in het onderwijs. ChatGPT bestaat een drietal jaar. We hebben dus nog geen rijke historische data om een grondige postmortem op te maken. We moeten roeien met de riemen die we hebben. De onderzoekers interviewden honderden studenten, ouders, leerkrachten en technologieontwikkelaars uit vijftig landen, namen vierhonderd academische studies over AI in het onderwijs door en lieten experts die data analyseren. De conclusie: in de huidige context wegen de gevaren van AI-gebruik in het onderwijs zwaarder door dan de voordelen.

Schrijven is denken

Vooreerst wijzen de data erop dat studenten met generieke AI-modellen als ChatGPT veelal aan cognitieve outsourcing doen: complex denken wordt uitbesteed, kritisch denken ondergraven, kennis verzwakt, het onderscheid tussen waarheid en onwaarheid vervaagt, creativiteit vervlakt en lees- en schrijfvaardigheden verdwijnen. Een samenvatting maken met AI is niet even leerzaam als die samenvatting zelf maken. Brainstormen met AI betekent dat je niet zelf creatieve associaties leert maken. Schrijven is denken, maar als AI schrijft, dan denk jij niet. Studenten verliezen door die outsourcing ook deugden en vaardigheden als geduld, doorzettingsvermogen, tolerantie voor ambiguïteit en leren uit fouten.

Daarnaast bedreigt AI-gebruik de sociale aard van het leren: studenten interageren minder onderling en met docenten, waardoor de lerende gemeenschap, waar je ideeën uitwisselt, samenwerkt, tezamen kennis opbouwt en consensus bereikt, uiteenvalt. Lessen worden minder bijgewoond – de opnames komen toch online en je kunt ze door AI laten samenvatten. Vragen stel je niet aan een docent of aan medestudenten, maar aan een chatbot. Docenten twijfelen steeds meer of studenten authentiek werk leveren en met eigen woorden communiceren, terwijl studenten hun docenten van hetzelfde verdenken.

Daar komt nog bij dat AI-chatbots verslavende digitale relaties bevorderen en zo de emotionele en sociale ontwikkeling van studenten verstoren, dat het instrumenten zijn van bigtechsurveillance en -manipulatie, wat tot polarisatie leidt, en dat ze ongelijkheid versterken tussen AI-geletterden en AI-ongeletterden. Dan klinkt de omarming van AI in het onderwijs eerder als een wurggreep dan als een warme knuffel.

Socratische chatbot

Voor de duidelijkheid, het gaat hier om de huidige situatie, waarin veelal generieke AI-modellen als ChatGPT gebruikt worden zonder degelijke educatieve kaders. De onderzoekers stellen dat je het onderwijs wél kunt versterken met gespecialiseerde AI-modellen die ontwikkeld zijn op basis van pedagogische principes, met mechanismen en vangrails die afhankelijkheid en cognitief outsourcen helpen te voorkomen, en die ingebed zijn in een onderwijscontext waar ethisch en kritisch gebruik van AI vanzelfsprekend is.

Denk aan een socratische chatbot die getraind is op een selectie van betrouwbare bronnen, die zich zo min mogelijk voordoet als een menselijk wezen, die sterk begrensd is in wat hij kan schrijven, die op een lokale server draait en die de studenten altijd weer in vraag stelt in plaats van hen slaafs te antwoorden. Let wel: ook die chatbot zal nog hallucineren, waardoor kritisch denken essentieel blijft.

In het beste geval verbeteren AI-systemen de toegang tot het onderwijs (door bronnen te vertalen, bijvoorbeeld), maken ze leerprocessen op maat (ook voor neurodivergente studenten) en nemen ze administratieve taken van leerkrachten over, zodat die meer tijd hebben voor studenten. “AI verrijkt het leren als het de capaciteiten van en de interacties tussen studenten, leerkrachten en lesinhoud verbreedt en verdiept”, stellen de onderzoekers.

Passionele bevlieging

Maar zo’n uitkomst is niet vanzelfsprekend. Hoewel het soms wordt voorgesteld alsof digitale technologie alleen maar voordelen heeft (smartboards in de lagere school, laptops in het middelbaar, AI aan de universiteit, het kan niet anders dan vooruitgang zijn!), klopt dat in de feiten niet. Daarom is het essentieel dat onderwijsinstellingen en leerkrachten onderscheiden waar en hoe AI onderwijs ondersteunt, en waar ze dat niet doet. In dat laatste geval wordt AI het best verbannen, al besef ik dat zoiets niet makkelijk afdwingbaar is.

Generatieve AI omarmen was voor de ene universiteit een passionele bevlieging, voor de andere een daad van capitulatie. In beide gevallen was het zonder bewezen nut van de technologie. Misschien heeft de verstikkende omarming nu lang genoeg geduurd en moeten we AI wat meer op een afstand houden, tot er betere tools voorhanden zijn? Ik wens de studenten alleszins veel succes toe en een wijs gebruik van AI, deze examenperiode!

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter