Mona Schockaert & Maarten Larmuseau: Onze dierbaren verdienen een waardige laatste rustplaats, ook als hun grafrechten verlopen
Ontknekelen, het verwijderen van menselijke resten bij het opruimen van graven op begraafplaatsen, raakt jong en oud. Telkens wanneer het onderwerp ter sprake komt bij een hoorcollege, lezing of debat, is het ongemak bij veel toehoorders meteen voelbaar. Toch wordt in de regelgeving en het beleid nog veel te weinig aandacht besteed aan het ontknekelen. Begraafplaatsen evolueren vandaag naar groene en open troostplaatsen met aandacht voor het funerair erfgoed, en specifiek voor grafmonumenten. Voor ons is het essentieel dat ook de overledenen zelf de nodige zorg en aandacht krijgen.
Wanneer we iemands lichaam ten grave brengen, denken we die persoon te begeleiden naar een ‘laatste rustplaats’. Maar sinds de wet van 1971 worden er geen nieuwe eeuwigdurende concessies meer verleend en is die rust niet meer vanzelfsprekend. Concessies beslaan maximaal vijftig jaar en vaak een kortere periode, maar kunnen worden hernieuwd. Een graf zonder concessie moet minstens tien jaar bewaard blijven.
Zowel voor het aflopen van een concessie als voor het verwijderen van een graf zonder concessie voorziet de wetgeving in een bekendmaking aan het graf en bij de ingang van de begraafplaats gedurende één jaar. Het zorgt voor spanning en onzekerheid wanneer rond Allerheiligen een plaatje met zo’n mededeling verschijnt bij het graf van een dierbare. Bovendien is een jaar snel voorbij: sommigen missen de bekendmaking en stellen later vast dat het graf verdwenen is.
Snel voorbij
Wat er bij de grafopruiming gebeurt, blijft verborgen achter zwarte doeken, waarbij soms een glimp van een graafmachine te zien is. Gemeenten moeten voor zo’n ruiming een draaiboek opmaken. De manier waarop er geruimd wordt, verschilt sterk van gemeente tot gemeente, net als wat er met de menselijke resten gebeurt. Die kunnen bijvoorbeeld gecremeerd worden, of herbegraven in een knekelput, een gemeenschappelijk graf.
De Vlaamse overheid bereidt momenteel een vernieuwd decreet voor over begraafplaatsen en lijkbezorging, in overleg met onder meer begrafenisondernemers, begraafplaatsbeheerders en artsenkoepels. Hoewel de huidige conceptnota een waardige omgang met menselijke resten en gemeentelijk toezicht bij ontgravingen aankondigt, blijft ze teleurstellend vaag over de ruiming en de bestemming van de menselijke resten. Dit staat in contrast met de bestaande richtlijnen rond de omgang met menselijke resten in biomedisch onderzoek, musea en archeologie, waar er meer aandacht is voor maatschappelijke en ethische overwegingen.
Uniforme werkwijze
De gevoeligheid rond ontknekelen vereist een breder debat, waarbij ook (bio)ethici, genealogen en nabestaanden worden geconsulteerd. Voor ons moet daarbij eerst de vraag aan bod komen of ruimingen zelfs wel nodig zijn. Zeker waar de toename van crematie de druk op de beschikbare ruimte heeft verminderd, mag ruiming niet vanzelfsprekend zijn.
Als een ruiming toch plaatsvindt, moeten we weten wat een respectvolle ontgraving concreet inhoudt en wat er nadien met de resten gebeurt. Is het correct om geruimde resten te cremeren wanneer oorspronkelijk voor begraving werd gekozen? Als een knekelput wordt gebruikt, moet er een uniforme werkwijze zijn en moet de plek duidelijk worden aangeduid. Ook de procedures voor hernieuwing van concessies moeten voor nabestaanden zo transparant mogelijk zijn.
Vlaanderen een beleid nodig dat de laatste rustplaats van onze dierbaren zo veel mogelijk bewaart. Wanneer een ruiming toch plaatsvindt, zijn heldere regels nodig over de omgang met de menselijke resten, de communicatie aan nabestaanden en de controle op de uitvoering. Onze dierbaren verdienen een waardige laatste rustplaats. En dat begint bij weten waar die zich uiteindelijk bevindt.
Bron: De Standaard.
