Vorming ‘Opinie en U’ met Ward Daenen

Inleiding: de drie wolfjes

Ward begon zijn presentatie met een voorbeeld van een manier om een opiniestuk uit te bouwen: de Amerikaanse professor Joshua Goldstein die het sprookje van de grote boze wolf en de drie biggetjes omdraaide door er een verhaal van te maken waarin één groot biggetje de natuurlijke habitat van drie kleine wolfjes komt vernietigen door er bakstenen huizen in te bouwen. De omkering van het gekende en verwachtte verhaal zorgt ervoor dat de lezer meteen geïnteresseerd is.

Dit is voor Ward de kern van een goede opiniebijdrage: ze bevraagt het evidente door clichés te tackelen, verhalen om te keren, of nieuwe inzichten te genereren. (In de powerpoint wordt het voorbeeld gegeven van Goldstein en Pinker die tien jaar geleden al resoluut vóór kernenergie durfden pleiten.)

Wat zoekt men eigenlijk?

Ward definieert zijn doelstelling als het vinden van:        –  een slimme mens

– met een slimme mening

– op het juiste moment

(Al geeft hij ook aan dat de slimme mensen hém vaak vinden. Je mag dus zeker proactief contact opnemen!)

Hierbij is er zeker ruimte voor tegendraadse meningen. Een krant als De Morgen publiceert zeker niet enkel ‘linkse’ of ‘progressieve’ meningen. Wel zijn er vaak impliciete grenzen: De Morgen zal bijvoorbeeld niet snel een opinie van iemand van Vlaams Belang publiceren. Waar deze grenzen liggen moet je wat aanvoelen door je medium goed te kennen (cf. infra)

Ward geeft ook aan dat er soms wel eens gereageerd wordt op Bart Eeckhout, de hoofdcommentator van De Morgen. Dit kan een aanleiding zijn om een debat te openen over een bepaald thema, een creatieve manier om in dialoog te gaan met ‘het standpunt’ De Morgen.

Voorbeelden waarop Ward Daenen absoluut NIET zit te wachten:

  • Mensen die zich niet bewust zijn van welk medium ze eigenlijk aanschrijven
  • Poëzie
  • ‘Open brieven aan de Eerste Minister’ (al zijn zoals overal ook hier uitzonderingen: de brief moet al zo geschreven zijn dat de minister in een positie wordt gebracht dat hij/zij geen andere optie heeft dan te antwoorden. Dit is in het verleden al gebeurd, en dan heb je wel een hele mooi resultaat van woord en wederwoord in de krant)
  • Exact hetzelfde punt dat deze week al eens in de krant gemaakt is: ook hier is het dus belangrijk je medium zelf goed op te volgen!
  • Geen manifesten over absoluut ALLES op groot bestek
  • Bepaalde doodvermoeide patronen als hitlervergelijkingen, stukken die pleiten voor wereldvrede, het zoveelste stuk dat klaagt over Trump
  • Het achterhouden van je eigen belangen: schrijf je een stuk waar je eigen werkgever, bedrijf, etc. bij betrokken zijn, deel dit dan ook zeker met de krant! Dit hoeft zelfs geen nadeel te zijn, maar het maakt alleszins duidelijk wat jouw positionering is!
  • Plagiaat (uiteraard)

Welke ruimte is er in de krant?

De opiniepagina telt drie pagina’s per dag. Daarvan is er altijd een vaste columnist aan het woord. Daarnaast is er nog ruimte voor twee opinies en lezersbrieven. Ward Daenen moet zijn opiniepagina ook gevuld krijgen met verschillende thema’s: internationale pers, luchtige onderwerpen (vb. walvis Timmy), enzovoort. Zie onder voor het aantal tekens.

 10 vuistregels

  1. Grijp meteen de aandacht van de lezer

Dit kan via een sprekende titel -al durft de onlineredactie die wel eens vervangen door een quote uit het stuk. (Vaak klagen mensen over de quote die boven hun stuk geplaatst wordt: Ward gaf als advies dat als je niet wil dat een bepaalde quote gebruikt wordt, je hem best om te beginnen al niet schrijft.)

Begin voor het schrijfproces met een goede titel te bedenken. Dit houdt je tijdens het schrijfproces dichtbij je boodschap en kan je helpen om niet af te dwalen.

  1. Kom meteen ter zake!

Dit spreekt een beetje voor zich, maar één van de tips die Ward ook gaf was dat je ook onmiddellijk kunt tonen dat je al eens over mogelijke tegenargumenten hebt nagedacht om zo op kritiek te anticiperen.

Je laat ook best meteen merken dat je weet waarover je spreekt, dat je vanuit een positie van expertise vertrekt.

(Ward legde hier ook nog eens het verschil uit tussen columnisten – opiniebijdrages – lezersbrieven.)

  1. Schrijf met een heldere structuur!

Zoals op de slide staat uitgelegd: zorg voor een heldere centrale stelling, een sterke inleiding, voorbeelden en bewijs voor je stelling, wervend en overtuigend taalgebruik, een riposte op mogelijke tegenargumenten, en een krachtig slot

  1. Schrijf toegankelijk, vermijd overbodig jargon

Niet elke lezer zal vertrouwd zijn met het jargon of de vaktaal van jouw domein: schrijf in een taal die voor elke lezer begrijpelijk is. Dit geldt ook voor argumenten: gebruik argumenten die algemeen geldig zijn. Je op een Bijbelvers beroepen heeft in een krant als De Morgen weinig zin, omdat dit een groot deel van de lezers gewoon koud zal laten.

  1. Schrijf zo lang als nodig, zo kort als mogelijk

De drie lengtes van stuk waar De Morgen naar op zoek is zijn: 3000 tekens, 4200 tekens en 5000 tekens. Dat komt neer op: een stelling met twee voorbeelden kort geschetst, een stelling met twee à drie voorbeelden iets grondiger uitgewerkt, of een volledige pagina waarop een iets langer verhaal verteld kan.

Van deze drie zijn het de teksten van 3000 tekens waar men het meest naar op zoek is en het minst van ontvangt!

(Tekens worden inclusief spaties geteld)

Ward gaf dan een paar voorbeelden over hoe je een tekst minder wollig maakt: snij waar het kan overbodige woorden weg.

  1. Focus!

Het is niet nodig om alles wat je weet of ooit gedacht hebt in dit ene stuk te gieten. Hou je bezig met de centrale stelling die je wil uitdiepen. Wel mag je een oog op het grotere plaatje houden.

  1. Schrijf in je eigen stem en geen andere

Deel hiervan is om zelfzeker te zijn en niet bang te zijn voor kritiek. Je mag gerust iets zeggen waar anderen het mee oneens kunnen zijn. Dat is de kern van opinie. (Uit de zaal kwam de vraag wat dit betekende voor collectief geschreven stukken. Ward reageerde dat die zeker gepubliceerd werden maar dat hij vond dat ze vaak wat zwakker waren omdat ze door het sluiten van compromissen een beetje te neutraal werden.)

Ward haalde hierna een stuk aan dat hem een sterk ‘AI-gevoel’ gaf: dit moet niet eens noodzakelijk zeggen dat het ook effectief door ChatGPT of Gemini gegenereerd is, maar wel dat het bepaalde zinsbouw, interpunctie, ritmiek had die hier erg aan deden denken. (Klassieke voorbeelden zijn het overdreven gebruik van gedachtestreepjes (–), de zinsstructuur ‘dit is niet X. het is Y.’, etc etc). Probeer deze te vermijden en schrijf zoals je het zelf zou zeggen. Je opinie laten schrijven door AI is dus in elk geval niet interessant.

  1. Schrijf zo scherp mogelijk en sta open voor dialoog

Kritiek is niet noodzakelijk je vijand: soms biedt ze ook de gelegenheid tot een respons in de vorm van een ander stuk of lezersbrief. Zo puur je uit 1 idee meteen twee stukken.

  1. Een goed stuk is subjectief en argumentatief

Vergeet niet dat je mening maar waarde heeft als je ze kan onderbouwen! Niemand buiten je vrienden en familie interesseert zich per se in wat je denkt puur omdat jij het toevallig denkt. Je stuk is maar zo sterk als haar argumenten. Zorg dat er altijd iets te leren valt in je opinie. Een opinie die enkel getuigend is, vindt Ward dus niet zo sterk. Dit kan wel als lezersbrief kans maken.

  1. Schrijf voor de media die je zelf leest, en: lees de media waarvoor je schrijft

Dit advies bleef de hele lezing lang terugkomen. Zorg dat je weet met wie je te maken hebt, wat zij waarschijnlijk verwachten, waar ze de laatste tijd over gepubliceerd hebben etc. Probeer te bedenken wat de lezers van het medium graag zouden lezen.

Het is waarschijnlijk ook gewoon interessanter om in een medium te verschijnen dat je zelf ook interessant vindt!

Van Tien regels naar Drie Perspectieven

(Ward legde hier ook even uit dat als je niet kan spreken omwille van je werk of organisatie, je best in je begeleidende e-mail toevoegt dat je ‘in eigen naam’ schrijft, zodat niemand jouw mening met die van je werkgever of organisatie verwart.)

Wat?

Alles kan interessant zijn, zo lang je er een nieuw perspectief of nieuwe draai aan weet te geven.

“If it’s opinionated and we believe our readers will find it worth reading”, zei de New York Times vroeger.

Wees je er wel van bewust dat een redactie vaak tientallen stukken per dag ontvangt en onderbemand is. De kans dat iemand anders al een stuk heeft ingezonden over een soortgelijk of hetzelfde onderwerp is altijd reëel en dat er vanuit de redactie geen reactie volgt, hoeft niet eens te betekenen dat ze jouw stuk daarom slecht vonden.

Timing

Zo vroeg mogelijk je stuk inzenden is hierom ook van groot belang. ’s Middags moet Ward Daenen zijn opinies voor de volgende dag gekozen en klaar hebben. Als het stuk van de volgende dag over onderwerp X al vastligt wanneer jouw stuk om half vijf in de namiddag binnenkomt, dan heb je waarschijnlijk gewoon pech!

Voor wie?

Opnieuw: ken je medium. Probeer bijvoorbeeld op te volgen wie de verantwoordelijke voor de opiniebladzijden is en wat hij of zij de laatste weken/maanden zoal heeft opgenomen. Ward liet ook uitschijnen dat reacties op eerder verschenen opinies wel veel kans maakten op publicatie.

Waar te beginnen?

Het is zeker niet nodig om altijd meteen naar een opiniestuk te grijpen. Zeker als je dit zelf nog nooit gedaan hebt. Een goed alternatief kan zijn:

Een lezersbrief: een ultrakorte bijdrage die één puntje probeert te maken. Kan soms één enkele zin bedragen en toch nog waardevol zijn.

Sociale Media: regelmatig je gedachten delen op Facebook, een blog, etc. kan een goede manier zijn om te oefenen op argumentatief en stilistisch hoogstaand schrijven, om je gedachten te ordenen, om een beetje profiel op te bouwen, om met andere mensen in je expertiseveld in contact te komen,…

Leren van anderen: je kan bvb. de teksten van de mensen die je zelf graag leest eens wat nader gaan bestuderen of kritisch onder de loep nemen: wat werkt voor hen, hoe doen zij het?

 

Q & A

Wat voor soort opinies zoekt De Morgen?

Dit kan echt alles zijn maar houd er rekening mee dat de krant haar opiniebladzijden graag zo gevarieerd mogelijk houdt. Hun stuk over Iran voor morgenochtend zullen ze waarschijnlijk al wel gevonden hebben.

De Morgen publiceert doorgaans op 3 bladzijden 3 à 4 stukken van gasten en 1 vaste columnist. Opnieuw: het is zaak je stuk zo vroeg mogelijk door te sturen.

Is het beter om te pitchen of een geschreven stuk in te zenden?

Pitchen is op zich geen probleem maar het is heel moeilijk om overal op te reageren. Ook is het extra lastig om een pitch te beoordelen omdat hetzelfde idee tot een heel uiteenlopend gamma aan stukken kan leiden.

Is het een goed idee om rond vaste data zoals de Dag van de Mensenrechten te schrijven?

De Morgen doet niet echt mee aan ‘verjaardagsjournalistiek’, maar het gebeurt wel om variatie te kunnen brengen op de opiniepagina’s.

Hoe belangrijk is je bio?

Voor Ward Daenen kan het doorslaggevend zijn om te zien dat er een link is tussen je biografie en wat je schrijft. Vb. opinie over Libanon door iemand die er gewoond heeft, maakt meer kans dan dezelfde opinie door iemand die er niet gewoond heeft.

Kan ik om feedback vragen?

Dat kan, maar is, opnieuw, niet altijd mogelijk gezien de omvang van de redactie.

Verder gaf Ward nog aan dat:

  • hij soms ‘opportunistisch’ een stuk laat liggen met het idee dat men het later in de week nog wel kan gebruiken.
  • De titel boven een stuk vaak door de rest van de redactie bepaald wordt en online ook nog in het verloop van de dag aangepast kan worden om meer clicks te genereren.

 

Laat een reactie achter