Hans Geybels: ‘Mijn zoon van veertien gaat staken en ik steun hem daarin’
Mijn zoon gaat staken op 22 januari. Bij mijn weten is het de eerste keer in de geschiedenis van het onderwijs dat leerlingen staken tegen het onderwijsbeleid. Ik denk dat het ook de eerste keer is dat bijna alle leerlingen de naam van de minister van Onderwijs kennen, al weet ik niet of dat een compliment is.
Ik ben trots op mijn zoon, maar ik ben ook bezorgd over de leerlingenstaking. Als leerlingen beter aanvoelen dan de meeste inrichtende onderwijsinstanties dat er te veel staatsinmenging is in het onderwijs, dan is er iets mis.
Als ouder word ik geconfronteerd met een paradox. Natuurlijk ben ik bezorgd over de kwaliteit van het onderwijs. Sinds een paar decennia durven we openlijk toe te geven dat de kwaliteit achteruit is gegaan. De nadruk op vaardigheden en de (dure) invulboekjes hebben de verwachtingen niet kunnen inlossen. We hebben een krachtig onderwijsbeleid nodig. Minister Zuhal Demir (N-VA) staat dus niet alleen met haar bezorgdheid over “kwaliteitsvol onderwijs”. Alleen – en daar zit de tegenstelling – lopen de meningen van de minister en die van mij over kwaliteit nogal uiteen.
Juf Bulstronk
De onderwijsvorm die onze minister is gaan bestuderen in Engeland en wil introduceren in Vlaanderen, is niet mijn visie op goed onderwijs. De beschrijvingen van die scholen doen me denken aan de scholen die in twee verfilmde boeken door de Britten zelf scherp zijn bekritiseerd. Misschien hebt u de boeken niet gelezen, maar de films wel gezien. Het gaat om Matilda (uit het gelijknamige boek van Roald Dahl) die terechtkomt bij de autoritaire Juf Bulstronk in de school met de treffende naam Crunchem Hall Primary School. Iedereen kent wellicht ook de school uit de Harry Potter-boeken, Zweinstein, die onder het overdreven regulerende beleid van Dorothea Omber en Severus Sneep een schim werd van de avontuurlijke en magische tovenaarsschool die ze was onder het directeurschap van Perkamentus.
Zonder overdrijving is dat het onderwijs waar onze minister op aanstuurt: strenge scholen waar tucht en discipline heersen en die er alleen op gericht zijn om de hoofden van onze kinderen vol te proppen met kennis. Geen algemene en brede vorming, maar “nuttige kennis”. De klemtoon ligt alleen op wiskunde, wetenschappen en taal.
Volgens de minister dragen de levensbeschouwelijke vakken niet bij aan de kwaliteit van het onderwijs. In het verslag van de Onderwijscommissie van 8 januari beweert ze daarover: “Ik wil duidelijk meegeven dat dit voor mij geen prioriteit is. Ik heb andere katjes te geselen, die veel belangrijker zijn.” Leerkrachten van levensbeschouwelijke vakken hoeven ook niet meer in de klassenraden te zitten en ook lichamelijk opvoeding, kunstzinnige en literaire vakken verdwijnen naar de achtergrond.
Bevlogen idealen
De inhoudelijke lijnen die Demir uittekent, baren me grote zorgen. Ik leef nog met de oude gedachte van de ‘humaniora’, waar alle vakken bijdroegen tot menselijke vorming. Dat idee stamt trouwens uit een periode dat de kwaliteit van ons onderwijs veel hoger lag. Het ene sluit het andere dus niet uit. Worden leraren er in de toekomst werkelijk vrolijker van om door de staat geleide (of opgelegde) programma’s uit te voeren? Zonder eigen inspiratie, zonder de mogelijkheid er iets van zichzelf in te leggen? Mag ik de inrichtende instanties herinneren aan de bevlogen opvoedingsidealen die aan de basis liggen van hun eigen geschiedenis? Toen ging het nog over de ‘ziel’ van de leerling. Het is mijn vurige wens dat het onderwijs zich niet alleen zou bekommeren om de ‘cognitieve prestaties’ (en het werkgeheugen) van mijn zoon, maar ook om zijn ziel.
Ik ben nog meer bezorgd over de controlerende wijze waarop het ministerie zich opdringt aan het werkveld. Nooit in het verleden is de inmenging op scholen zo groot en de inspraak zo klein geweest. Ook in geen enkele andere maatschappelijke sector is er zoveel overheidsinmenging.
Ik steun mijn zoon als hij opkomt voor meer inspraak en meer dialoog. Zoals iedere ouder wil ik mijn kinderen de best mogelijke opvoeding geven. Daarvoor denk ik terug aan mijn eigen schooltijd en aan de leraren die me het meest zijn bijgebleven. Dat waren vaak degenen met een dikke, zelfgeschreven cursus (kennis!), met veel gezag (zonder autoritair te zijn), maar vooral degenen van wie ik voelde dat ze bevlogen waren, dat ze hun job graag deden omdat ze er nog wat eigen invulling aan konden geven. Hun bevlogenheid gaf mij vleugels.
Mijn ideale minister is er een die dat kan ondersteunen. En misschien zal mijn zoon zich later de naam van die minister niet meer herinneren, maar hij zal wel meer mens worden en zelfs beter opgeleid zijn. Niet alles wat je op school leert, kun je immers meten en resultaatgericht toetsen.
Bron: De Standaard
