Antoine Bakhash: Gratis je stage moeten doen: dat slaat toch nergens op?
“Werken moet lonen.” Politici krijgen die woorden in een televisiestudio moeiteloos over de lippen. Ik zou ze weleens willen horen uitleggen waarom dat principe ophoudt bij een verplichte opleidingsstage. Voor mijn diploma journalistiek moet ik straks solliciteren om ‘gratis’ te mogen werken. Een overtuigende motivatiebrief wordt uiteraard verwacht. Een vergoeding staat daar niet tegenover.
Toen onze docent vertelde dat de stages onbetaald zijn, keek mijn Nederlandse medestudent Timo daarvan op. Volgens hem is een vergoeding in zijn land veel gebruikelijker, ook binnen een opleiding. Zelfs 300 à 400 euro per maand helpt om de rekeningen te betalen. De Nederlandse regering wil een stagevergoeding verplicht maken. Die wet is er nog niet, maar in het parlement worden maandbedragen tussen 500 en 800 euro voorgesteld.
In België wordt volgens de Raad van de Europese Unie amper 39 procent van de stages betaald. Daarmee staat ons land helemaal onderaan in de EU. Die cijfers uit de Eurobarometer van 2023 gaan over alle soorten stages. Voor verplichte opleidingsstages wordt gratis werken zelfs als uitgangspunt verdedigd. Minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) noemde dat in november 2024 een “gezonde en verstandige regel”. Onkosten konden volgens haar wel worden vergoed. Maar waarom zouden leren en betaald worden elkaar uitsluiten? Natuurlijk kost begeleiding tijd. Een student die meewerkt, draagt ook iets bij. Welk signaal geven we studenten als we hun inzet vanzelfsprekend vinden, maar een vergoeding daarvoor niet?
Van universiteiten en hogescholen verwacht ik dat ze voor hun studenten opkomen. Wie een stage verplicht, moet ook verantwoordelijkheid nemen voor de financiële gevolgen. Dat kun je niet aan de student alleen overlaten. Wie werkt om zijn studies te financieren, kan die inkomsten niet zomaar missen. Na acht uur stage nog een avondshift draaien voor de huur, je moet het maar kunnen.
“Als bedrijven moeten betalen, zullen ze minder stageplaatsen aanbieden”, hoor ik vaak. Een verplichte vergoeding kan sommige stagegevers doen afhaken. Maar ook het huidige systeem sluit studenten uit. Zonder steun van thuis vallen sommige stageplaatsen bij voorbaat af. Een bescheiden vergoeding kan ze juist bereikbaar maken.
Tijdens mijn vorige stage op het kabinet Asiel en Migratie dachten internationale vrienden dat ik behoorlijk verdiende. Ik kreeg 0 euro. Ook bij de VRT zijn stages altijd onbetaald, meldt de openbare omroep zelf. Op Linkedin zag ik een oproep van een Belgische diplomatieke post: drie maanden stage, uitsluitend voor studenten, onbetaald. Reis en verblijf? Zelf te betalen. Hoe ver moet je van het studentenleven afstaan om dat normaal te vinden? Zelfs wie al jaren werkt en spaart, kan zich niet zomaar drie maanden New York of Tokio zonder inkomen veroorloven. Maar een student zal dat wel geregeld krijgen.
Van het Europese debat hoeven studenten voorlopig evenmin een vergoeding te verwachten. Er liggen voorstellen, maar de Raad en het Europees Parlement sluiten verplichte opleidingsstages uit in hun onderhandelingsposities over de stagerichtlijn. Maar van de N-VA, CD&V en Vooruit verwacht ik dat ze zelf het initiatief nemen en als overheid het goede voorbeeld geven. Ik vraag niet dat de overheid al onze problemen oplost. Maar als studenten begrip moeten hebben voor besparingen, wie heeft er dan begrip voor die ‘verwende’ studenten die ook gewoon hun huur en boodschappen moeten betalen?
Werken moet lonen, tenzij je student bent. Dan moet je blijkbaar tevreden zijn met een “unieke ervaring in een dynamisch team”. Of je intussen je rekeningen kunt betalen, staat niet in de vacature. Maar hé, mag ik alstublieft gratis voor u komen werken?
Bron: De Standaard.
