Bernard Spitz: ‘Hoe vaak word ik bij een patiënte geroepen die op dat moment veel liever een vrouw als verloskundige had gezien?’
Ik moet weleens terugdenken aan die ene klachtenbrief. Een man schreef dat hij diep geraakt en verbouwereerd was omdat zijn prostaat onderzocht was door een vrouwelijke assistent. Destijds zette het me aan het denken: hoe vaak dring ik me als mannelijk gynaecoloog eigenlijk ongewenst op? Natuurlijk, er is vrije artsenkeuze. Maar hoe vaak word ik door een vrouwelijke assistent bij een patiënte geroepen die op dat intieme moment wellicht veel liever een vrouw had gezien?
Het is een vraag die over een generatie misschien niet eens meer gesteld hoeft te worden. De geneeskunde ontmant in sneltreinvaart. Amper een halve eeuw geleden was nog geen 10 procent van de afstuderende artsen vrouw; vandaag is ruim twee derde van de eerstejaarsstudenten geneeskunde een vrouw. In de verloskunde zijn mannelijke artsen in opleiding inmiddels een rariteit. Zitten we in 2050 met een artsenkorps zonder mannen?
De geschiedenis leert ons dat mannelijke artsen het domein van de verloskunde ooit betraden via de achterdeur van de techniek en de controle. Tot de achttiende eeuw was de geboorte het exclusieve terrein van vrouwen. Men geloofde dat een baby zich zelfstandig, als een kuiken uit het ei, een weg naar het licht baande. De barende vrouw stond rechtop; zij gebruikte de zwaartekracht, gesteund door de — ook niet altijd even tedere — handen van de vroedvrouw.
Toen kwamen de mannen. Gewapend met anatomische handboeken én met een geheim wapen: de verlostang. Deze ‘ijzeren hand’ verhoogde de status van de mannelijke dokter aanzienlijk. Plotseling konden zij kinderen redden in situaties die voorheen de dood betekenden. Maar die macht had een prijs.
De vrouw verloor haar verticale houding. Ze werd passief neergelegd, horizontaal geëxposeerd, in een positie die het vooral de dokter gemakkelijk maakte om te handelen. De verloskunde kwam in een controlerend, manhaftig keurslijf. Zelfs de pijnstilling — van chloroform tot de hypermoderne, computergestuurde epidurale — was een mannelijk initiatief om het proces naar de hand te zetten.
Vandaag slingert de geschiedenis terug. De patiënt is mondiger, de techniek is ongeslachtelijk gemeengoed geworden, en de moderne vrouw zoekt in haar gynaecoloog geen autoritaire ‘grootdokter’ meer, maar een coach. Een gids.
Want een bevalling blijft een complexe reis. Voor velen is het een marathon, het bestijgen van een hoge berg. Het geapplaudisseerde einde, de ijle top. Het verstand op nul en dan die ultieme extase: het kind dat warm en nat op de borst landt. Maar wat als je de bergtrein of de kabelbaan van de epidurale neemt? Ook daar kun je overvallen worden door hoogtevrees. En wat als je eenmaal boven bent, en een
natte, koude mist het unieke panorama aan het zicht onttrekt? Op wie vertrouw je dan?
Vakbekwaamheid is allang geen mannelijk privilege meer. Als een zwangere vrouw vandaag kiest voor een vrouwelijke collega, begrijp ik dat volkomen. Zij zoekt barmhartige geborgenheid voor haar schamele naaktheid bij iemand die is zoals zij, iemand die het misschien zelf al eens heeft meegemaakt.
“En jij dan?” vroeg een vrouw me onlangs uitdagend. “Als mannen ooit kinderen kunnen baren, naar wie zou jouw voorkeur dan uitgaan?” Ik dacht even na. Mijn voorkeur? Misschien toch naar de ervaring van die wijze, oude gids, man of vrouw. Die als een engelbewaarder achter me staat. Die beter dan het internet weet waar kinderen vandaan komen. En die vooral — wanneer ik uitgeput op die ijle, mistige bergtop sta en de horizon niet meer zie — het kind blindelings zijn eigen toekomst wijst.
Bron: De Morgen
