Antoine Bakhash: ‘Aangenaam, ik ben Antoine uit Syrië, gewoon Antoine’

Tien jaar geleden, na een lezing van Theo Francken in Leuven, ging ik mezelf even voorstellen. “Antoine, uit Syrië.” Zijn reactie: “Waarom heet je gewoon niet Mohammed of Ahmed?”

Hij is zeker niet de enige. Wanneer ik me voorstel als Antoine uit Syrië, zie ik het soms al aan iemands gezicht. Is Antoine wel je echte naam? Heb je je naam veranderd toen je naar België kwam? Soms wacht ik de vraag niet eens meer af en begin ik spontaan aan de uitleg.

Wat ik daar vooral grappig aan vind: op school in Aleppo was Antoine een allesbehalve bijzondere naam. In mijn klas zaten soms vijf, zes of zeven Antoines. Zelf vond ik mijn naam zelfs wat ouderwets. Mijn vrienden noemden mij Tony. Alleen op officiële documenten en voor oudere mensen bleef ik Antoine.

Net daarom begon ik mijn naam leuker te vinden toen ik naar België kwam. Hier heetten ook jonge mensen Antoine. En eindelijk was de uitspraak bijna altijd goed. De naam waarvoor ik in Syrië liever de bijnaam Tony gebruikte, bleek plots perfect bij mijn nieuwe thuis te passen. Dacht ik.

Dat zoveel Syriërs Antoine heten, past blijkbaar niet helemaal in het beeld dat hier van Syrië bestaat. Voor de oorlog was ongeveer 10 procent van de Syrische bevolking christen. Alleen al in Aleppo woonden naar schatting 250.000 christenen. Daarmee had de stad, na Caïro en Beiroet, de op twee na grootste christelijke gemeenschap in de Arabische wereld. Namen als Antoine zijn er dan ook allesbehalve uitzonderlijk.

De naam verwijst naar Antonius de Grote, ook Antonius van Egypte genoemd, een belangrijke heilige in het oosterse christendom. Ook de Franse mandaten over Syrië en Libanon lieten hun sporen na. Maar mijn ouders hadden geen geschiedenisboek nodig. Mijn grootvader heette Antoine. Volgens onze familietraditie kreeg de eerste zoon de naam van zijn grootvader. Zo eenvoudig werd ik Antoine.

Een voornaam vertelt soms meer dan je zou willen. In België moet ik uitleggen waarom een Syriër Antoine heet. In Syrië hoefde ik niets uit te leggen. Wie daar “Antoine” hoort, begrijpt vrijwel meteen dat je christen bent. Het zijn codes die mensen uit de regio herkennen, zoals bepaalde namen hier meteen ideeën over afkomst en religie oproepen – en soms zelfs tot discriminatie leiden.

Mijn naam verbond mij met mijn familie en met een gemeenschap die al eeuwen in de regio leeft. Toch vind ik het niet essentieel dat mensen meteen mijn religieuze achtergrond herkennen. Die vertelt maar een deel van wie ik ben en leidde in Syrië ook tot vooroordelen en discriminatie.

Tijdens de oorlog kreeg dat een veel ernstigere dimensie. Een naam als Antoine kon aan checkpoints meteen problemen geven. Zeker waar IS en andere extremistische groepen actief waren, kon je naam je in groot gevaar brengen. Wanneer mijn identiteitskaart werd gecontroleerd, maakte mijn naam in één oogopslag duidelijk dat ik tot een religieuze minderheid behoorde. Soms kon precies die informatie mijn leven in gevaar brengen.

De context is in België gelukkig onvergelijkbaar. Ik begrijp best dat vragen over mijn naam, of “Doe je mee aan de ramadan?” en “Drink jij alcohol, hoe kan dat?” niet slecht bedoeld zijn. Wat me wel verbaast, is hoe weinig mensen weten over christenen uit Syrië en de rest van de Levant.

Nochtans ligt een belangrijk deel van de christelijke geschiedenis precies daar. Paulus bekeerde zich volgens het Nieuwe Testament op weg naar Damascus. Jezus werd geboren in het Midden-Oosten. Toch behandelen we het christendom soms alsof het vanzelfsprekend westers is.

Na tien jaar België heb ik geleerd mijn naam preventief te verklaren. Een nieuwkomer moet blijkbaar niet alleen uitleggen waar hij vandaan komt, maar soms zelfs bewijzen dat hij echt heet zoals hij heet.

En ja, het is gewoon Antoine.

Bron: De Standaard

Laat een reactie achter