Alexis Versele: De Gentse gevels gaan terecht de straat op tegen hun ‘toeristificatie’
Opera Ballet Vlaanderen en NTGent bereiden de opening van hun operaseizoen voor met een stadsopera die de nadelige gevolgen van toerisme aan de kaak stelt en die de almaar anoniemer wordende binnenstad opnieuw opeist voor haar bewoners. Deze stadsopera wordt voorafgegaan door een feestelijke karavaan waaraan iedereen kan deelnemen. Aangezien ik vanuit mijn onderzoek naar stadsvernieuwing de stad in de loop van de voorbije veertig jaar heb zien veranderen, heb ik mij alvast meteen ingeschreven.
Toerisme in steden leidt vaak tot problemen zoals woningnood en sociale verdringing. De hoge drukte in natuurgebieden en historische stadscentra leidt bovendien tot overbelaste voorzieningen en milieuschade door een teveel aan afval en verkeer.
Barcelona ontving in 2025 volgens het Barcelona Tourism Observatory maar liefst 26 miljoen toeristen, tegenover een bevolking van nog geen 2 miljoen inwoners. Het historisch centrum van Venetië, met minder dan 50.000 inwoners, probeert met een toegangsprijs voor dagjesmensen en een verbod op grote tourgroepen de druk te beperken, maar ontvangt jaarlijks nog steeds 20 tot 30 miljoen bezoekers. Ook andere steden en eilanden nemen strenge maatregelen, zoals toegangsbelastingen en verboden op vakantieverhuur, in vergeefse pogingen om de leefbaarheid te vrijwaren.
Pralinisering
Dat alles maakt burgers oprecht boos. Op Mallorca zijn er protesten tegen de zogenoemde ‘toeristificatie’. Bewoners spreken zich uit tegen gevolgen zoals financiële afhankelijkheid en sociale ongelijkheid. De toerisme-industrie en politici bestempelen zulke sociale bewegingen als gewelddadig, xenofoob of egoïstisch. Een recente studie wijst daarentegen op manipulatie door de heersende klasse, die het protest tracht te delegitimeren.
Dichter bij huis is Brugge, als goedbewaarde middeleeuwse stad die als Unesco-werelderfgoed werd erkend, een belangrijke toeristische bestemming. Die populariteit brengt uitdagingen met zich mee, waaronder verkeersproblemen en de noodzaak om een evenwicht te vinden tussen dagtoeristen en bezoekers die langer in de stad verblijven. Vooral de Brugse inwoners zelf ervaren de negatieve gevolgen daarvan.
Verwijzend naar Gent, Brugge en Antwerpen gebruikte Jan Dumolyn de term ‘pralinisering’ (DS, 26 oktober 2024) om te beschrijven hoe onze kunststeden steeds meer worden herleid tot esthetisch opgepoetste, consumptiegerichte decors die zijn afgestemd op toeristische verwachtingen. Volgens hem leidt deze evolutie tot een verlies aan authenticiteit en stedelijke gelaagdheid, waarbij het dagelijkse leven plaats moet maken voor een oppervlakkige, bijna museale beleving van de stad.
Omkeringsritueel
Tijdens de interventie van Opera Ballet Vlaanderen en NTGent zullen op 12 september – in het kader van het muziekfestival OdeGand, dat jaarlijks het culturele seizoen op gang trekt op verschillende locaties in de historische Gentse binnenstad – twee gevels zich losrukken uit de gevelrij en in een karavaan door de stad trekken, op weg naar een nieuwe plek. De oproep voor deelname aan de karavaan kadert in het artistieke project ‘De opstand van de gevels’ van de Belgische kunstenaar en scenograaf Thomas Verstraeten. Twee nagebouwde gevels – een van de Vrijdagmarkt in het historische centrum van Gent en een uit de volkse, negentiende-eeuwse textielwijk Brugse Poort aan de stadsrand – worden symbolisch ‘losgerukt’ uit hun omgeving en op vrachtwagens door de stad gedragen. Twee stoeten van telkens honderden deelnemers begeleiden deze gevels, ontmoeten elkaar halverwege en wisselen ze uit, waarna elke groep met de andere gevel terugkeert.
De oproep benadrukt de centrale vraag naar het eigenaarschap van de stad en pleit voor de collectieve herovering ervan door haar bewoners. Ze gaat tevens gepaard met een krachtig gebaar van verbinding tussen centrum en periferie. Deelnemers wandelen mee in de stoet, eventueel zingend of musicerend. Scenarist Verstraeten formuleert het als volgt: “Met de gevelwissel slaan we de brug tussen het toeristische decor van de alsmaar anoniemer wordende binnenstad en de levende dynamiek van de buitenwijken.” Zo ontstaat een krachtig gebaar van zowel verzet als verbinding. Met dit project geeft Opera Ballet Vlaanderen de stad symbolisch terug aan de mensen die er wonen.
De interventie wordt door Verstraeten als een ritueel omschreven. Hij spreekt over een “omkeringsritueel” en verleent daarmee de interventie een mythische dimensie. Door de interventie als ritueel te beschouwen, wordt de gevel voor hem als het ware relationeel geladen. De gevel wordt losgemaakt van zijn utilitaire functie en getransformeerd tot een drager van openbaring. De karavaan vertoont bovendien alle kenmerken van een processie en krijgt daarmee een bijna sacramentele logica, waarbij het zichtbare iets onzichtbaars onthult, met name de waardigheid van het gemarginaliseerde in de negentiende-eeuwse industriële gordel rond Gent. Wanneer de gevel van de Brugse Poort naar het centrum verhuist, wordt wat normaal als “perifeer” wordt beschouwd, centraal zichtbaar. Dat sluit aan bij religieuze logica’s van omkering (de laatsten zullen de eersten zijn) en incarnatie (het hogere verschijnt in het gewone).
Bron: De Standaard.
