Jan Rosier et all.: ‘Innovatie zou een kracht moeten zijn om de wereld menselijker te maken’

Jan Rosier, gewoon hoogleraar, UCD Dublin; Tim Brys, dr. in de artificiële intelligentie, VUB; Eric van Overloop, zaakvoerder TAC, Wilrijk; Thierry De Baets, orthopedisch traumatoloog, AZ Turnhout; Nick Van Langendonck, auteur van Het goede doen wérkt!; Aviel Verbruggen, emeritus gewoon hoogleraar, UAntwerpen. Zij roepen op om na te denken over hoe vooruitgang en ontwikkeling het geluk van de mens kunnen dienen.

Technologische innovatie wordt terecht gezien als bron van vooruitgang, de motor die de economie aandrijft en onze levensstandaard doet toenemen. Wat we vandaag meemaken is een industriële revolutie waarbij – meer dan ooit – de frequentie en intensiteit van convergerende technologieën leiden tot een storm aan nieuwe ontwikkelingen. Industriële en academische onderzoeksinstellingen investeren intensief in deze innovatieve projecten. Maar zijn de maatschappelijke en ethische gevolgen altijd voldoende overwogen? Dienen alle ontwikkelingen het geluk van de mens?

Innovatie?

Enkele jaren geleden werd in de VS een ‘innovatief’ kankergeneesmideel gelanceerd dat noch de kwaliteit, noch de levensduur van kankerpatiënten deed toenemen . Het leidde tot de cynische vraag of het geneesmiddel werd ontwikkeld voor de patiënt of voor de aandeelhouder. Onderzoekers uit Leiden toonden recent aan dat baanbrekende biomedische technologieën leiden tot ongelijkheid in de toegang tot zorg. Er kan niet genoeg biomedisch geïnnoveerd worden maar de toegang tot deze zorg zal niet toenemen door innovatie van productieprocessen in monopolistische markten. Zo kan men het aantal innovatieve benaderingen om medische topzorg breed beschikbaar te maken op de vingers van een hand tellen.

Evenzo leidt digitale innovatie tot wat hoogleraar aan de Harvard Business School Shoshana Zuboff ‘surveillance capitalism’ heeft genoemd tot een steeds grotere verslaving aan technologieën die mensen niet gelukkiger maken en tot een mogelijk grootschalige maatschappelijke ontwrichting met artificial general intelligence (AGI). Dat allemaal zonder dat er voldoende democratisch debat aan wordt gewijd. Nochtans vindt 41 procent van de Vlamingen dat digitale technologie hen wordt opgedrongen en wil de meerderheid in de VS een ban op AGI, terwijl de overheid er verder dereguleert.

In een wereld waar technologische vooruitgang razendsnel evolueert, rijst de vraag: voor wie of wat innoveren we? Ware vooruitgang zou de mensheid als geheel moeten dienen, niet slechts een selecte groep welgestelden. Wordt bij deze innovatie het geluk van velen niet over het hoofd gezien?

Menselijker innovatie

Bedrijven innoveren omdat ze gedreven worden door onderlinge competitie in een vrije markt. Dat is een goede zaak, want het heeft het lot van velen verbeterd. Onze levensstandaard is in vergelijking met de vorige eeuwen toegenomen door de stroom aan innovaties die ondernemers en universiteiten hebben gegenereerd. Maar de hedendaagse convergentie van technologieën leidt tot een ongeziene stroom aan nieuwigheden waarvan we ons de vraag moeten stellen of we die zo maar blindelings moeten absorberen.

Innovatie zou een kracht moeten zijn om de wereld menselijker te maken: door innovatie te richten op menselijk geluk – zoals klimaatdoelstellingen of biomedisch onderzoek – in plaats van financieel rendement of prestige, creëren we een toekomst waarin technologie en vooruitgang ten dienste staan van iedereen. ‘Onderzoek alles, behoud het goede’, klinkt de Bijbelse wijsheid.

Temperen en sturen

Niet alles wat nieuw is, is beter. Traditionele landbouw en veeteelt is mensvriendelijker maar krijgt geen plaats omdat het niet past in de technologische vooruitgang. Hetzelfde geldt voor onze onderwijsmethodes. Innovatie wordt per definitie gezien als het middel dat ons uit alle problemen zal redden, terwijl de maatschappelijke en ethische gevolgen onvoldoende in overweging worden genomen. De academische innovatieliteratuur en de filosofische analyses daaromtrent leren ons dat het mogelijk is om onderzoek en ontwikkeling simultaan te temperen én te sturen in de richting van mens- en geluksconvergerende innovaties door gebruik te maken van de competitieve kracht van een vrije markt.

In plaats van innovatie als onbetwistbaar te beschouwen, zou het de taak van de academische wereld moeten zijn om de nieuwste technologieën kritisch te analyseren naar hun geluksbevorderend potentieel voor ieder van ons en om te onderzoeken in hoeverre innovaties die het geluk bevorderen zo breed mogelijk kunnen worden verspreid. Zou het niet goed zijn mocht er boven de ingang van elke universitair of industrieel R&D-laboratorium een bord hangen met de spreuk ‘Gedenk de mens’?

Pessimisme

Zijn we pessimistisch gestemd? Zeker en vast, maar dat is het punt niet. In haar recentste boek Hopeful Pessimism nodigt filosofe Mara van der Lugt (universiteit van St Andrews) ons uit om anders na te denken over pessimisme: niet als synoniem voor wanhoop, maar als verenigbaar met hoop. Pessimisme verschilt grondig van doemdenken: doemdenkers gaan ervan uit dat het principieel fout afloopt.

Pessimisme kan ons waarschuwen voor wat fout loopt en aansporen tot gepaste maatregelen. Wat we moeten vermijden is dus niet pessimisme, maar fatalistische berusting. We moeten ons de vraag stellen: wat maakt ons écht gelukkig en welk soort innovatie is daarvoor nodig? Durven we dat debat aangaan?

Bron: De Morgen

Laat een reactie achter